dinsdag 28 februari 2012


De thema's beginnen zich hier op te stapelen dus ik maak er maar beter meteen werk van. Brazilië heeft namelijk heel wat om over na te keuvelen. Ik zou eigenlijk constant een lijstje bij de hand moeten hebben om, met het verloop der minuten van de dag, aan te vullen. Laat ons er at random eentje uit plukken om vandaag mee te starten... Trrrr, wat wordt het..., KATCHiiiiiiNG... en de winnaar is ... het onderweeeerrp: muziek!
De Braziliaan zweert bij zijn muziek. Hij, en met hem ik ook, staat ermee op en gaat ermee slapen. De exacte uren zijn gemakkelijk te volgen. Je hoort het wel... Alle maar dan ook álle muziek is hier in het Portugees. Ohnee, ik zou liegen, ik heb hier Adele haar "Someone like you" ook al door de straten horen knallen, die heeft zich ondertussen ook in elke kronkel van de wereldkaart gewurmd. Maar op die ene uitzondering na, geldt het pronomen álle! Nu is het wel zo dat de Braziliaan in de straat al eens een nummertje durft stelen van een buitenlandse artiest (het zou weer geen Braziliaan zijn) en dat dan onder eigen Braziliaanse noemer aan de grote man probeert te brengen. Zo heb ik hier al de Portugese versie van Carla Bruni's "Quelqu'un qui m'a dit" gehoord, zo ook "Kiss Me" van Sixpence Non the Richer, Lady Gaga, Rihanna, noem maar op... Ze hebben ze allemaal in een Braziliaans kortgesneden kleedje gestoken. Geen wonder dat ze hier geen woord Engels spreken, ze zijn haast nog erger dan onze Italianen.
Hetgeen mij ook steeds weer blijft verwonderen is de gekendheid van de teksten van zowat élke Braziliaanse hit. Voor mij lijken ze allemaal op elkaar. Is het nu Samba, Pagode, Fogo, Frevo of Aché... De Braziliaan gaat uit zijn dak en zingt naarstig mee. Ze kennen elk woord van achter naar vanvoor en van boven naar vanonder én als je ze vraagt of dat een recent liedje is dan antwoordt die ene tiener naast je: "Nee, dat liedje is zeker al 20 jaar oud!" Maar vraag ze niet of Brazilië buurlanden heeft want dan slaan ze aan het twijfelen.
Hetgeen mij ook matenloos fascineert zijn de auto's hier. Als ze er al ene hebben dan komt die standaard met een gepimpte koffer vol ingebouwde megamaxistereoketens. Het logische gevolg is dat de auto vaak geparkeerd staat in de straat of in de garage met de kofferbak wijd open en de Braziliaanse ritmes eruit knallend als een vuurpijl uit een vuurpijldoosje. Ze staan overal en zijn onontkoombaar. Over dat pijltje moet ik het trouwens ook nog eens hebben. Die vuurpijlen zijn hier razend populair. Ze worden gebruikt bij elk feestje, is het nu Carnaval of Pasen, laatmaarknallen.br. Als mijn gehoor tijdens Carnaval dus nog niet vermassacreerd was van de oorverdovende muziek dan heeft die grapjas met zijn vuurpijl naast mij in het publiek daar alleszins wel verandering in gebracht. Maar nu, terug even ter zake. MUZIEK!
Zoals jullie misschien wel al verwacht hadden zijn de Braziliaanse muziekstukjes iets heter dan in ons koude Belgenlandje. Correct! Ze hebben hier ook gewone liedjes die gaan over de vurige hartstocht, maar over het algemeen tocht het eerder in de broek als je de meeste liedjesteksten hier mag geloven. Zo kan ik enkele voorbeeldjes geven van op dit moment zeer populaire liedjes: “Vrouwenversierder die ik ben, ik ben alweer papa!” (trouwens een waarheid als een koe, de meeste mannen hier hebben kinderen bij 3 verschillende vrouwen), “Meisje we gaan dansen en daarna gaan we po*pen” (vrij direct maar als je kindergroei hier bestudeert, wel behoorlijk efficient), “Donker meisje met blauwe ogen, ik wil je pakken!” (ik blijf best nog even uit de zon weg me dunkt)… en dan natuurlijk het alombekende “Ai se eu te pego” wat er schoon vertaald op neer komt: “Ai als ik je neem…”. Laat onze kinderen dat maar meezingen dus, en als ze vragen stellen, zeg maar dat ze in Brazilië vooral communiceren via lichaamstaal. Op school leren ze dat lichaamstaal ook zeer belangrijk is of vergis ik me?
Over de verspreiding van illegale cd’s had ik het in mijn vorige blog al gehad dacht ik, dus daar moet ik het al niet meer over hebben. Nog even ter verduidelijking, ik heb er zelf nog geen aangeschaft want piraterij is een misdrijf en ’t zou maar weer die ene buitenlander zijn die ze beslissen van eens goed de les te spellen he. Ik ken dat kluchtje al (mopje had geen goeie explosieve klank, dus even overgeschakeld naar mijn West-Vlaamse vocabulaire). Met de politie wil ik hier liever enkel in contact komen als ze naar mijn lessen aardrijkskunde komen in de ONG, voor de rest mogen ze ter plaatse rusten van mij, zoals ze bezig waren dus.
Om even te parafraseren. Muziek is erg belangrijk voor de gemiddelde Braziliaan. Het helpt hem zijn dag goed te besteden. Want zelfs als hij niets te doen heeft, dan is hij nog steeds muziek aan het luisteren. Muziek, de nectar van zijn trommelvlies, het brengt hem op ideetjes, het laat hem fluiten in de straat. Neem je dat weg, dan wordt die illegale straatverkoper een doodnormale dakloze, dan wordt mijn 70+ buurman met gepimpte kofferbak een mannetje wachtend op het einde der dagen, dan worden de meisjes hier misschien pas moeder op hun 25ste. Kortom, een eerder Europees leven. Ik wil niet gezegd hebben dat de Braziliaanse maatschappij volledig te wijten is aan hun muziekcultuur , want dan laat ik de kracht van de telenovela volledig buiten beschouwing, maar het helpt de boodschap alleszins wel te verspreiden. Maar als ik heel eerlijk mag zijn, muziek geeft hier vooral de vreugde van de mensen weer. Ze hebben niet veel maar zijn hier toch gelukkig. Ze dansen en ze zingen, is dat nu met 2 of met 6 kinderen van 1 of van 4 verschillende moeders, so be it. Ze stappen uit hun huis en plonsen de voet in hun afvoerputje dat door de straten gedweild wordt, maar ze neuriën een wijsje en kijken de andere kant uit. Ze verkopen hun geplukte kokosnoten in de blakerende zon, lachen vriendelijk, bedanken en denken stilletjes: “Ai se eu te pego”. En iedereen is gelukkig.
MAAR 1 DING MOGEN ZE VOOR MIJ TOCH WEL LATEN EN DAT IS AAN DIE VOLUMEKNOP DRAAIEN OM 4 UUR ‘S NACHTS WANT DAN KAN IK NIET SLAPEN!

Vele groetjes,
Janey

zaterdag 25 februari 2012


Nu Carnaval achter de rug is, lijkt de rust in Barra teruggekeerd. Het is hier nu wel extreem kalmpjes! Aangezien we nog steeds de week na Carnaval zijn, blijven de mensen thuis in plaats van naar de les te komen. Ze nemen nog een extra paar dagjes vrijaf, ook al kunnen ze hierdoor hun plekje in de klas verliezen. Carnaval praat alles goed... Het is hier nog steeds snikheet en mijn arme witte huidje geraakt maar niet gewend aan de felle zon. Deze week nog had ik last van zonne-allergie. Hoe veel zonnecrème kan een mens smeren?
Nu ook míjn dagelijkse bezigheden geminderd zijn ben ik van plan jullie wat meer in te lichten over het reilen en zeilen van de gemiddelde Braziliaan. Zo zal ik vanaf heden mijn blog een eerder thematische vorm geven. Laat ons beginnen met een interessant onderwerp, iets wat ongetwijfeld iedereen aanbelangt: het kleinste kamertje.
Al sinds ik in Brazilië toegekomen ben vond ik dit kamertje hier uiterst interessant. Je gaat er binnen en gaat op de bril zitten en je zakt weg... De bril is hier namelijk een luchtbril. Precies een geluidsloos scheetkussen, zéér toepasselijk. Het is eigenlijk wel een aangename manier om je zaakje te doen vind ik persoonlijk. Hij is niet koud bij een nieuwe start en best zacht. Als het een beetje langer duurt dan verwacht staat hij ook niet in je billen gegraveerd én bij het rechtstaan blijft hij er trouwens ook niet aan plakken. Alleen maar voordelen dus. Wat ik wél jammer vind is de kleur. Ik heb hem hier enkel nog maar in het grijs gezien. Moest het aan mij liggen zou ik hem alle kleurtjes van de regenboog geven, zo krijgt je derde oog ook nog eens wat lichtschakeringen te zien.
Een tweede element dat wat aandacht verdient is het vuilbakje. Je wordt hier overal verwacht je gesigneerd papiertje erin te gooien, geen mens weet waarom. De potten hebben hier een goeie zuigkracht en het papier is verteerbaar. En toch gaan ze hier steevast voor vochtverbroedering in het vuilbakje. Maar ik ga ertegenin. Mijn papiertje stuur ik naar goeie gewoonte samen met de rest van de blijde boodschap richting zee. Het zou misschien wel leuk kunnen zijn om eens een Europees plakje in het bakje te hebben, maar na al die rijst en bonen hier krijg ik spontaan de neiging alles met water door te spoelen. Ik voel me trouwens ook niet genoodzaakt een vergelijkend onderzoek te doen bij elk toiletbezoek, dus hoe verder ik van dat schijtpapierbakje verwijderd kan blijven, hoe beter.
Een laatste interessant onderdeel is de sjasbak. Die staat bovenaan de pot. In België vind je dergelijke exemplaren uiteraard ook nog wel, maar deze hier heeft standaard een gebroken wit touwtje dat smeekt om aan getrokken te worden. Ik zeg gebroken wit, omdat het ooit sneeuwwit moet geweest zijn maar dat sneeuwkristalletje moet onderweg ergens gebroken zijn en veranderd zijn in een modderkluit. Dat is dan meteen ook meestal de actuele kleur van het touwtje. De vraag die ik me telkens weer stel is bijgevolg: "Waar trek ik het best aan het touwtje om geen infecties op te lopen?" Tot nu toe meen ik steeds juist getrokken te hebben want al mijn vingers hangen er nog aan en ik voel me nog steeds goed.
Een ander onderwerp dat ik vandaag zou willen aankaarten zijn de tweewielers. Hoewel ze maar twee wielen hebben vervoeren ze hier dikwijls 3 personen. Dat geldt zowel voor fietsen als voor brommers en motors. Geen vuiltje aan de lucht, zo vindt ook de politie. Die staan erbij en kijken ernaar. Naast deze 3 personen kunnen dikwijls ook nog heel wat andere zaken vervoerd worden. Zo zag ik al eens een computerbak, een frietpot en een baby achterop de moto. Uiteraard niet alle 3 tegelijkertijd.
Er rijden hier ook overal straatverkopers met een kar vol CD's illegaal gedownloade muziek rond. Die verkopen ze dan voor 2.5 Euro. Een koopje, al zeg ik het zelf. Deze mobiele piraterijschepen vallen ook nog steeds onder de tweewielers. Ze rijden hier de hele dag rond, en als de nacht valt en de mensen gaan slapen, komt hun piratenvlag boven en gaan ze weer plaatjes stelen en op een schijfje branden. De politie rijdt voorbij, knikt het hoofdje bij het horen van hun favoriete song en kijkt de andere kant uit, want zolang er niet gevochten wordt houden zij zich er netjes buiten.
Mijn laatste thematiek van de dag hoort bij het op toepasselijke wijze bij de dag die op zijn eind komt, zoals ook bijna dit blogbericht. Ik zal het voor het slapengaan nog even hebben over de Braziliaan die slapen gaat. Dik tegen alle verwachtingen in zijn Brazilianen helemaal niet zo’n nachtwachters als ik had gedacht. Ze kruipen tijdig onder de wol en beginnen de dag op tijd en stond, soms al om 5u ’s ochtends. De kinderen van de basisschool zitten al om 7u achter de schoolbanken en de meeste winkels gaan hier open om 8u. Vroeger dan in België dus. Van het nachtleven hier heb ik trouwens ook nog niet echt veel mogen meemaken. De meesten van mijn vrienden hier staan niet te springen om ’s avonds een pintje te gaan pakken of een stapje in de wereld te gaan zetten. Op het einde van de vermoeidende zonbestraalde dag is de Braziliaan moe en wil hij in z’n bedje kruipen. De man van de pousada waar ik woon komt dan ook elke nacht rond 23h30 speciaal uit zijn nest om mij binnen te laten. De wereld op z’n kop.
23h30 nadert en dus hoor ik m’n nieuwe kamer al roepen. Morgen is zondag en dan is de Ongie gesloten, geen internet, geen collega’s, geen boeken… enkel me, myself en het strand. Als ik dat maar overleef. In geval van geroosterd , aangebrand en niet meer in staat om nog blogberichtjes te typen. Het is een aangename tijd geweest. Aan de trouwe lezers, stuur mij gerust een update met jullie dagdagelijkse bezigheden. Ik hou ervan om jullie nieuwtjes te lezen!
Dikke zoenen,
Da Jane!

woensdag 22 februari 2012

Het is alweer éventjes geleden dat ik nog wat van me laten horen heb maar ik heb een goed excuus genaamd CARNAVAL! Het was een drukke maar o zo leuke week. Tot gisterenavond dan toch, maar dat verhaal komt later beste lezer. Ik zal beginnen waar ik de vorige keer geëindigd was, want zo gaat dat bij een blog. Vorige week donderdag gaan waterskiën. Mijn beentjes staan er nog strak van. Het water in de zee daar smaakte zout inderdaad, het maakte het dorstige weer nóg dorstiger.  José Nicolau, de eigenaar van de NGO waar ik werk had me geïnviteerd voor een ritje te water. We gingen richting praia de Gunga, een strand vlakbij Barra de São Miguel, nuja vlakbij... Eén klein detail was hij me haast vergeten zeggen, ik moest er naartoe skiën, zij gingen te boot. "Je moet elke dag van je leven iets nieuws uitproberen" zei hij me, en met die wijze woorden deed ik moedig mijn reddingsvestje aan. In het begin had hij me goed liggen, letterlijk dan. Van rechtop staan konden enkel de toeschouwers op het strand vlakbij praten. Nicolau vertelde me tot in de puntjes wat ik moest doen, maar ik kreeg géén demonstratie. Toch een halfuurtje water gehapt. Daarna besloot hij met zijn 69 jaartjes even te tonen hoe een man met naam de beentjes strekt. Ik was erg onder de indruk. Hij moet het wel erg goed gedemonstreerd hebben want daarna ging het als niets, of laat ons zeggen in ieder geval beter. Ik deed een paar toertjes op het wateroppervlak en zette mijn ski tenslotte in een hoek richting Gunga. In 1 vlotte rit daar aangekomen viste Nicolau een oesterboertje uit het riet die ons voorzag van wat lekkers. Oesters met lemoen en een beetje olijfolie... Njammie njammie, zo maken ze ze bij ons niet. Na het prachtige praia de Gunga voeren we terug richting Barra. Zij alweer te boot, ik te ski. Deze keer wou ik slalommen, de mensen die mij een beetje kennen weten dat ik dikwijls beweer de zotste truukjes aan te kunnen na een korte initiatie. Laat ons zeggen dat Nicolau mij die dag wat beter leerde kennen. Tot vervelends toe mocht hij steeds weer het bootje keren om op de ene plek een ski uit het water te vissen en op een andere mezelf en mijn eergevoel. Het slalommen laat ik ondanks het grote talent dat ik ervoor bezit dus nog maar even achterwege.
Nadien besliste ik van de gelegenheid gebruik te maken om hem te vertellen dat ik het gevoel heb dat ik méér kan doen in de Ongie. Hij is tenslotte de baas en ik dacht mezelf eventjes te verkopen. Na een strategisch gesprek besliste hij dat ik volkomen gelijk had. Wanneer niet he? Toen ik 's avonds op de Ongie kwam stonden opeens alle collega's klaar om met mij een les samen te stellen. Het is dus nóg maar eens bewezen, in Brazilië geraak je nergens zonder de juiste contacten, zelfs niet in een NGO :) .
Later die avond nam ik de laatste bus richting Maceió. Ik zou er bij een collega blijven slapen om bij de morgenstond de bus naar Recife te nemen. Zo verliep het inderdaad en om 4h30 voerde Klebison mij alweer op zijn mototaxi naar het station. 6 saaie busrituurtjes later kwam ik aan in Recife. Het goot er water, maar zelfs water kan Carnaval hier niet in het sop  laten vallen. De Braziliaan danst moedig en zonder smeltvrees verder. In Recife had Nicolau voor mij een slaapplaats geregeld bij een goeie vriendin van hem. Ze had 3 kinderen van mijn leeftijd en een appartement met zicht op zee. Hij zei dat ik hem erg deed denken aan die vrouw en dat het zonder twijfel zou klikken als tussen een wijsvinger en een muis. Hoe kon ik zo'n voorstel afslaan? Via couchsurfing had ik trouwens al enkele connecties in Recife. Ik wou per sé daarheen en ook naar Olinda (vlakbij Recife) met deze dagen van overdaad omdat velen me tijdens mijn reis al verteld hadden dat dit het beste Carnaval van Brazilië was. Rio is duur en overbevolkt, als je er mee wil doen in het feestgedruis moet je een duur ticketje kopen, voor een plaatsje in Sambodromo tijdens het défilé van de Sambascholen betaal je gemakkelijk 1000 Reais ( ong. €450). Salvador heeft ook lekker Carnaval maar ook daar wordt je portemonneetje geplunderd. Recife heeft Carnaval overal en rondomrond, gratis maar zeker niet voor niets. Olinda (letterlijk "Oh mooie stad") heeft de beste verkleedpartijtjes. Alweer, voor wie mij een beetje kent, you say "verkleedpartijtje" you say Da Jane ;) .
Ik werd er warm ontvangen en ging met familiegezelschap én familie-outfit richting Galo da Madrugada, dé openigsstoet van Carnaval in Recife. Elk jaar fabriceren ze op 1 van de vele bruggen daar een gigantische haan speciaal voor dat feest, cfr. facebookfoto's. Eduarda, het nichtje van Lavinia bij wie ik verbleef, klampte een journalist aan in de straat en zo werd ik live op TV geïnterviewd als Belge in Recife voor Carnaval. De man vroeg of ik aan het genieten was van Carnaval en hij verbleekte eventjes toen ik "nee" antwoordde. Ik had even het gevoel hem een hartaanval te hebben bezorgd met mijn slecht mopje en herpakte me dus door te zeggen "tuurlijk wel, is het mogelijk je niet te amuseren hier?", vervolgens ging zijn bloed weer stromen en smeerde ik hem subtiel richting feestgedruis.
Eduarda en fam. hadden connecties en konden tijdens de praalstoet binnengeraken op het 4de verdiep van een gebouw recht tegenover de plaatsen van de gouverneur van Recife. Say whaaat? Vandaar boven hadden we een prachtig zicht op de menigte. De straten waren beladen met feestgangers, er was geen straatsteen meer vrij! De mama's van de familie hadden voor lekkernijtjes gezorgd (rauwe bonen, gekookte bonen...) en er was bier en een toilet ter plekke. De passerende trio's (voor nieuwe lezers: dit zijn de carnavalswagens, vergis je niet!) zorgden voor genoeg muziek tot bovenaan het gebouw. We waren af en toe eens beneden gaan meegenieten van de beestenmassa maar toen het té druk werd gingen we weer naar boven. In die korte tijd had ik trouwens een regenvestje of 10 kunnen verzamelen. Ze delen ze daar uit alsof het snoepjes zijn. De slogan geldt dan ook simpelweg: "In geval van poeperij, gebruik een regenvestje!". Ge gaat nie zeggen da je 't niet begrepen hebt he. Terug boven stak ik mijn rubbertjes naarstig weg met als plan in het achterhoofd ze uit te delen eens terug in de Barra. Daar lopen namelijk nogal wat bezwangerde tieners rond en ik kan ze hier toch niet gebruiken, tenzij ik mijn kamer wil versieren met ballonnen.
Ik was geshockt toen ik een groep van 10 gewapende politieagenten zag uitrukken en in het wilde weg zag kloppen op enkele jongens, tot bloedens toe. Het was voor het politiecorps blijkbaar ook feest want ze leken zich te amuseren. Ik mocht dat onschuldig geknuppel nog een paar keer aanschouwen, soms zonder enige aanleiding. De drank en de zon lieten de gemoederen misschien wel wat verhitten tussen sommige warmbloeden maar de manier waarop de politie te werk ging was beestachtig. De familie keerde huiswaarts en ik bleef achter met Eduarda and friends. We dansten frevo in de gietende regen en dronken skollekes (plaatselijk bier) om de dag goed af te sluiten. Het was een adembenemende ervaring  geweest, Carnaval in Brazilië, heel wat nieuwe dingen gezien. Zo zag ik in de regen een kerel met de benen open staan temidden zijn groepje vrienden  en temidden de straat. Langs zijn benen liepen er enkele straaltjes vocht, regen dacht ik. Na een minuutje greep hij zijn biertje, opende de broek en spoelde het een en het ander weg. Verdacht, maar mijn Real was nog niet gevallen. Toen ik een halfuurtje later een vrouw in de menigte hetzelfde zag doen besefte ik wat er aan het handje was. Sommigen plassen hier gewoon de broek vol en spoelen het zeiksel weg met wat bier. Alcohol ontsmet inderdaad maar ge moet dat zinnetje nu ook niet gaan uitmelken vind ik. Brasiiiil!
De volgende dag ging ik met Lavinia naar Olinda. Ik had al veel verhalen gehoord maar wist niet goed wat ik moest verwachten. Het stadje was alleszins prachtig! Toen de toestroom van carnavalspakjes plaatsvond kon ik niet stoppen met lachen. De mensen in Olinda waren rasechte carnavalsgangers. De leukste outfits die ik ooit gezien heb, en zo inventief! Ook al ben ik in België de eerste om mij te verkleden, daar stond ik temidden mijn gelijken, zonder pakje! Misschien nog een geluk bij een ongeluk want op die manier kon ik op mijn gemakje foto's nemen van mijn helden. De straatjes van Olinda waren heel erg steil en de bloco met muzikanten moesten dus bergaf, maar zo moeilijk is dat niet he, zeker als alles wat gesmeerd loopt. Het was een drukke maar hilarische bedoening. Mijn rechtervoet zette een stap met die van de persoon voor en die achter mij en zo ging dat voor mijn linkervoet ook. Je kon er op de koppen lopen! Lavinia was haar ex-lief (hij was 60) tegen het lijf gelopen in de straten en hij daalde mee af. Zijn lichaam was misschien oud(er) maar hij schreeuwde nog het luidst van allemaal. Was het de dreupelkes of zijn Hollandse roots, Kees mag het weten maar hij had zijn oranje feestneus op. Toen het zonnetje onderging bleef ik alleen met hem achter. Hij had nog zin in een feestje zei hij. De zoon van Lavinia had me wel gewaarschuwd voor zonsondergang in Olinda. Blijkbaar kunnen de jongens daar zich dan al eens vergissen van mond of van hapje. Met Carnaval heeft niemand hier trouwens een lief, schrijft de regel voor. Gelukkig had ik mijn opa bij de hand, of liever, had hij mij bij de hand vast. Alle mannen die nog maar in mijn richting keken kregen meteen het antwoord: "ge moet er nog nie eens aan denken, vriend!". Haha, een beetje  genant maar wel praktisch :) . We liepen verder door de frevo-straten toen ik plots mijn broek voelde lichter worden. Ik keek in mijn rechterzakje en zag niets. Bizar, daar zat normaalgezien mijn prehistorische gsm. Ik keek rechts van mij en zag een Braziliaan het hoofdje schudden en de lipjes krullen. Zijn naam was haas en hij wist van niets zeker? Ik greep hem in een vlaag van colère bij de broek en beval hem mijn walkie-talkie terug te geven. Dat ding had al een rivier overleefd en meerdere ongelukkige valpartijen, die boef verdiende zo'n pareltje niet! Hij haalde z'n blauwe mobieltje boven en zei dat hij van niets wist, maar deze gringa liet zich niet zomaar afborstelen. Ik greep naar zijn zak (BROEK... zak!) toen een ander zich ermee kwam mee bemoeien, ik zei dat ik, was het nu gestolen of eventjes geleend, mijn gsm terug eiste en de kerel zag mijn dat ik desnoods mijn tanden in het hele zaakje zou zetten. De tweede man haalde mijn gsm tevoorschijn en zei dat hij 10 Reais wou om mij geholpen te hebben. Ik greep mijn gsm maar werd achtervolgd door de "redder in nood". Mijn gepensioneerde wou hem afwimpelen maar dat was niet zo simpel. Tot 2 maal toe kwam de kerel terug om geld vragen, ook al wisten we dat híj míj bestolen had. Later zei hij dat hij opa kon vermoorden als hij dat wou maar we kregen hulp van de menigte en hij droop af. Door de adrenalinestoot was ik vergeten hoe gevaarlijk het hier wel kan zijn om tegen een boef in te gaan. Ook al was hij waarschijnlijk meer geschrokken van mijn actie dan ik van de zijne... De volgende keer laat ik mijn bakje gaan, ondanks de nauwe band die ik ermee heb. Het leven is al zo kort, ik wil het niet nog wat inkorten.
Maandag gingen Lavinia en ik met haar yoga-leraar en zijn hollandse vrouw op stap naar het Carnaval van de Maracatú, in de krottenwijk van Olinda. Zoveel kleur en wat een zalige kostuums. Maracatú is een hele traditionele manier van carnaval vieren. Een mix van tradities van de oude Indiaanse stammen en de Afrikaanse slaven. De gigantisch gekapselde strijders verdedigden de koning en koningin van hun stam door rond te draaien met een stok en met wat koebellen op hun rug. Te midden dat alles liep ook nog een vrouw met een paard tussen de benen en een bedelende dorpsgek. Heel erg grappig om te zien. Na een kleine yoga-initiatie later die dag ging ik nog uit in Recife Antigo met wat couchsurfers en zag ik het concert van Seu Jorge, een ex-dakloze die ontdekt werd op straat en nu alle harten van de Brazilianen én ook van mij heeft veroverd. Ik kende hem al van in België en was zóó blij hem eindelijk eens live aan het werk te zien. Z'n band was ook verkleed en ze gingen goed uit de bol.
Gisteren keerde ik terug naar Maceió. Net voor mijn terugreis nog een couchsurfende Belg ontmoet in Olinda. We hadden al tijdens het hele carnavalsgebeuren proberen afspreken maar het was ons nog nooit gelukt. Hij werkte de helft van het jaar in Olinda en de andere helft in Senegal. Hij zat er in de immobiliën en Carnaval was dé periode om zaken te doen.
Toen ik in Maceió aankwam hielp ik er een gestrande Italiaan. Hij zou de dag erop een meisje ontmoeten die hij op facebook had leren kennen. Hij zocht enkel nog een plaats om de nacht door te brengen. Ik nam hem onder mijn vleugels en hij kwam mee naar de Barra waar hij in de pousada een kamertje huurde. Ik wist wel niet wat ik zag toen ik terugkwam in mijn kamer. VOLLEDIG LEEG! Alle posters van de muur, er was niets meer! Ik ging naar beneden en vroeg wat er gebeurd was. De kotmadam zei dat ze mij een grotere kamer wou geven en dat ze dus haar dochter had bevolen al mijn spullen op te ruimen en in een kartonnen doos te steken. Ik voelde mij geschonden in mijn privacy en zei haar dat kartonnen doosje alles voorstelde wat ik hier heb in Brazilië. Ik wist dat ze mijn kamer had verhuurd ook al zei ze van niet. Ik betaalde ook voort tijdens mijn verblijf in Recife dus ging ik onderhandelen. Ze had tenslotte de foto's van mijn liefje van boven mijn bed gehaald en de tekeningen van mijn nichtjes van de muur. Ergens trek ik de grens. Ik zei dat ik het geld dat ze verdiend had met mijn kamer tijdens Carnaval van mijn betaling de volgende maand zou trekken maar na heel wat Braziliaans gebrabbel heb ik genoegen genomen met een grotere en betere kamer, mét plafond. Ik was al de straatgesprekken ondertussen wel meer dan beu en na de luxe-kamer in Recife leek de gedachte aan 5 keer wakker worden per nacht door straatbagarre en muggeprikken weer zoveel minder aangenaam! Ondertussen is de wind gaan liggen en zijn de gemoederen bedaard. De Italiaan is vertrokken  met zijn Braziliaanse en de Sambaschool Tijuca heeft het Carnaval in Rio gewonnen. Morgen gaat de NGO ook weer open dus het normale leven begint hier opnieuw. Ook al is het volgende zaterdag weer bloco in de straat.
Ik moet nu gaan want mijn maag is ondertussen zo groot als een knoopsgat en mijne muggespray is zoek. Ik heb trouwens het voornaamste wel verteld nu in dit Braziliaans halfuurtje :). Veel plezier bij de opwarming van Europa en tot in den draai!

Beijinhos,
Janne!

dinsdag 14 februari 2012


Zaterdag was een feestje. Ik ging 's avonds met de muziekleraar van Pense Brasil naar Maceió om er een optreden van zijn band te zien. Vibraçoes (Rasta) is de naam, ze zijn te vinden op YoubiTubi zoals ze hier zeggen! Eerst gingen we naar Klebson z'n huisje. Hij woonde er samen met 2 van de bandleden. Het was een klein gammel ding in een arme wijk in Maceió. Het was er desalniettemin wel gezellig vertoeven. Ook al moesten ze die avond nog een concert geven, ze hadden precies alle tijd van de wereld. Klebson nam me mee op zijn motor naar het huisje van de voornaamste bandleden. Daar stond een middelgrote tourbus op ons te wachten. Ik ontmoette de rest van de rastafari en ze gaven me  10 cd's van hun band, om eens terug thuis de rasta-boodschap te verspreiden. Ze hoopten zo misschien ooit in ons kleine Belgenlandje op het podium te kunnen jammen. Take a chill-pill! Ik vertelde ze over Reggae Geel en de oogjes gingen fonkelen. Ze hebben hier enkel twee grote festivals: Rock em Rio in Rio de Janeiro en SWO in São Paulo. Die eerste is het grootste festival ter wereld en ontvangt elke editie net geen 1.5 miljoen festivalgangers!!!!!! Ongelooflijk. Daar kan onze Rock Werchter nog een puntje aan zuigen, maar ik heb gelezen op het internet dat ze met dat zuigen druk bezig zijn. Om 11h moesten we toch vertrekken zei Klebson want rond 1u ging de band spelen. Chill, no stress! Wij gingen met de motor zodat hij me 's avonds nog naar huis kon brengen, de rest van de band ging met de bus, de negga's of brothers  (zoals ze elkaar noemen) werden allemaal individueel opgepikkerd aan hun rastahut zodat ze elkaar tijdens de rit konden helpen relaxen. Uren later, toen was het ongeveer 4u 's ochtends, begonnen ze aan hun set. Het was feest en total Rasta-vibrations. Ik haalde de zon uit haar bedje en nam haar mee up the road. Toen haar straaltjes de haan z'n keel deed kriebelen kroop ik onder mijn dakpannen en sliep het klokje rond. Ik werd wakker door té veel muziek in m'n straat. Toen ik beneden kwam zeiden de meisjes van de pousada dat er alweer een bloco de carnaval door de straten rolde. Ik pakte m'n zak en vertrok op verkenning. Een collega op straat vertelde me terug te keren en m'n camera te halen. Wat een geluk! Tscheen een drag-queen-bloco te zijn. Ai Jesús, wat een grappig zicht. Opa's, papa's en vele jonge Braziliaanse macho's, van de eersten tot de laatsten verkleed als vrouwen. En wat zagen ze er sexy uit. Met baard en snor en valse wimpers. De droom van elke man... Geen zorgen, ik heb foto's, voor elk wat wils...  voor hen was 't vooral wat pils. De avond eindigde in een verkiezing van de prachtigste straffe tiet gevolgd door een echte drag-queen-show. Zijn/haar haar verkende alle hoeken van de straat. Voor ik terug in mijn kamertje belande kreeg ik er nog een nieuwe familie bij en een klein zusje dat me leerde samba'en. Ze inviteerden me voor een groot diner de middag erop bij hen thuis. Ik ging akkoord en ging richting Bedlehem. De volgende dag, om 11u zoals afgesproken, geen mens te bespeuren. Om 12 uur een hulplijn ingeschakeld en tenslotte om 12h30 uit pure miserie dan maar met collega's gaan lunchen. De dag daarop mijn "familie" weer tegen het lijf gelopen die me vertelden dat ze me overal hadden lopen zoeken maar dat ik nergens te vinden was. Ik zei dat ik zoals afgesproken om 11 in de NGO zat, daar hadden ze gezocht zeiden ze... Om 12h. Ik was er om 12h. Ahnee om 13h dan... Ik was e... Euhm ik bedoel om 14h. Ok, twerd me al snel duidelijk dat Brazilianen veel beloven maar weinig doen. Dezelfde kerel had me uitgenodigd om de dag erop met een hele groep te gaan zwemmen op een prachtig strand hier in de buurt. Hij zou me komen oppiken om 7h. Een halfuur later was hij met iemand aan het overleggen en toen hadden ze het al over deze week. Een uurtje later bracht hij het onderwerp nog eens op en toen was het al voor ná carnaval. Het chronisch uitstelsyndroom is onze Braziliaanse middenman niet geheel onbekend.
De laatste dagen weer les gegeven aan de kindjes. Ik vertel hier vooral met beeldmateriaal over de wereld, over de verschillende godsdiensten, over de dingen die ze zeker eens moeten gezien hebben, tenminste op foto. Vandaag had ik het ook over de sneeuw in België en over de Damse vaart. Ik toonde foto's van onze koning en koningin en de prinsen en prinsessen. De kindjes keken me stomverbaasd aan. Alle meisjes zeiden spontaan "Oooooooooh wat is ze moooi!" over Mathilde. Ze konden amper haar gezichtje zien, maar ok!
Voor de rest gaat alles hier goed in Barra. Ik geef minder les dan ik verwacht had, elke dag een uurtje of 2, maar hang wel de hele dag rond op de Ongie. Het leven is hier ook zo verschrikkelijk kalmpjes, en de Brazilianen vinden het héérlijk! Een beetje werken, een beetje luieren, lekker vettig eten en 's avonds op straat wat kuieren. Het is wel leuk moet ik zeggen, maar toch is het soms moeilijk te zien dat ze hun arme toestand zo makkelijk aanvaarden. Ze hoeven hier niet veel te werken om gelukkig te zijn, zoveel is duidelijk. Overlaatst was ik aan het dansen in een bartje vlakbij mijn straat. Plots ging een straatlamp uit. Ik keek en zag dat een frietjesverkoper met een lange ijzeren staaf elektriciteit probeerde af te tappen van het netwerk. EXTREEM GEVAARLIJK! Die man had het uiteraard nog vaker gedaan en hij slaagde er zonder veel probleem in zijn frietvetkarretje aan te sluiten op de lopende elektriciteitsdraden maar zoiets maak je bij ons gewoon niet mee. Ik stond gisteren ook in de rij bij de post. Amper 3 man voor mij en een halfuur moeten wachten. Ik dacht dat ik er met mijn kaartjes snel vanaf zou zijn, niets was minder waar! Toen het eindelijk aan mij was haalde ik het énige kaartje boven dat richting Spanje moest gaan. De arme kerel kreeg waarschijnlijk zijn eerste kaartje richting Spanje op zijn ontbijtbord. Maar liefst 7 postzegels moesten erop, 3 verschillende types. Chanceke dat ik klein geschreven had. Daarna nog twee keer afstempelen en ready to go, dacht ik! Ik durfde haast niet om me kijken maar toen ik het toch deed zag ik dat het kleine postkantoortje vol stond. Mijn warmte-uitstotende rooie hoofd werd nog roder. Ik kon niet snel genoeg het kantoortje verlaten. Dat deed ik en ik ga er in de eerste weken niet meer binnen. Ik denk dat de volgende update voor ná carnaval zal zijn, tenzij ik ervoor of tijdens nog een gaatje vind.
Ik hoop dat de studentjes goeie resultaten mogen verwelkomen en dat de snowboardjes weer hebben kunnen genieten van hun weekje buiten de kast. Veel plezier terug tussen de schoolbanken!
Beijinhos,
Djannie

vrijdag 10 februari 2012


Dag beste kijk- en luisteraars,
Alles goed met jullie? Hier alweer 't ander en ook het één meegemaakt. Ga maar zitten in je stoeltje, en maak het je gemakkelijk. Het zal hier nog gezellig worden. Erewoord.
Waar was ik gebleven? De tijd gaat hier zo snel. Dagelijks volg ik hier lessen samen met de kindjes. Soms interessant, soms shockerend. De kinderen hier kennen Barra zeer goed, en daar blijft het meestal ook bij.  Woensdag was ik meegeweest naar een bedoening in een dorpje hier een tiental kilometer verderop. De schoonmoeder van Zézeco had me meegelokt met het zinnetje: "En over de middag eten we dan rijst met bonen". Ok, dat is gelogen, dat was eerder de reden waarom ik even getwijfeld heb om mee te gaan. Het ging om een dorpje, genaamd Palateia, vol oesterboeren (ostracultores). Het dorpje lag niet aan de zee maar wel aan een meer met zout water. Zo zijn er hier wel meer :) . Alagoas (de naam van de staat) verwijst dan ook naar de vele lagoas (meren) die ze bezit. Zézeco's schone moeder had me de situatie een beetje uitgelegd vooraleer we er heen gingen. Het dorpje ligt erg afgelegen en is nog véél armer dan de Barra. Ze hebben er ondertussen wel water en elektriciteit maar wanneer je het dorpje binnenrijdt begrijp je dat dat niet op kan tegen de luxe die wij gewoon zijn, zelfs in de Barra. Begrijp me niet verkeerd, de mensen daar zijn erg gelukkig. Ze hebben niet het gevoel dat ze iets moeten missen, ook al lijkt dat voor ons wel zo. Het plan van de dag was om oesterbanken in elkaar te knutselen, zodat ze meer konden produceren. De organisatie die zich met die boeren bezig houdt is een organisatie die gesteund wordt door Pense Brasil, oftewel, die geld krijgt van Zézeco. Al het materiaal voor de oesterbanken werd dan ook betaald door hem. De rest van hun objectieven is om de signalisatie naar het dorpje op poten te zetten zodat meer mensen de weg ernaar toe vinden om hun lekkernijen te kunnen kopen, én om de communicatie tussen het dorpje en de buitenwereld beter te maken. Na de uitleg was ik klaar om aan de dag te beginnen dacht ik, we reden steeds verder van de bewoonde wereld weg, richting bomen, struiken, bebost gebied en zandweggetjes. Na een paar moeilijk in te schatten bochtjes kwamen we op een pleintje terecht. Het was precies een marktje vol kraampjes aan de zijkanten, overal hingen bordjes: "Vende-se ostras". Dit bleken de huisjes te zijn. Bij het uitstappen was ik in een groep verlegen zwarte kindjes terecht gekomen. Ze staarden me met hun vinger in hun mondje en met grote donkere oogjes wat verslagen aan. Precies of ze net allemaal een zonneslag hadden verloren. Ik zei goeiedag en stelde me voor maar kreeg amper reactie. Ze waren allemaal zo schattig! Ik haalde mijn camera boven en de kindjes hun glimlach. Allemaal wouden ze een foto! "Tira a minha foto!" "Tira a minha!!!!". Ze sleurden allemaal aan mijn nog niet lang genoege armpjes om hun gezichtje op het kleine schermpje te kunnen zien. Nog voor ze het gezien hadden begonnen ze al te schaterlachen en vroegen ze om een nieuwe. De hele dag heb ik foto's liggen trekken, voor mezelf en voor de Ongie. Ze stonden versteld dat ik 3 camera's bij me had. Behalve de foto's werd er ook nog hard gewerkt. 's Ochtends schuurden we de buizen voor de oesterbanken om ze daarna in elkaar te steken. Alle kindjes kwamen rond me zitten en wouden helpen. Sommige waren amper 3 jaar oud. 1 meisje werd door haar mama weggeroepen, ze was 2 en een half. Ze moest gewassen worden. De mama zette haar aan het kraantje buiten en gaf haar een emmer en een kopje. Het meisje had prachtige kop negerinnekrulletjes.  Daar stond het kleine meisje met het kopje, de mama was alweer naar binnen. Ze nam het kopje, vulde het met het water uit het emmertje en goot het moedig over haar rastabolleke. Haar snoetje trok samen en ik kon aan haar gespleten oogjes zien dat het water wat frisjes moet geweest zijn. Moedig vulde ze het kopje opnieuw, goot het over zich, en trok haar gezichtje weer samen en opnieuw en opnieuw tot ze voelde dat haar haar eindelijk doorweekt was. Wat een prachtig zicht. Er kwamen amper woordjes uit, maar ze waste zich al als een meisje van 6. Tegen de middag knorde mijn maag als een zwijntje op zoek naar een truffel. Ook al wist ik dat het weer rijst met bonen zou zijn. We gingen allemaal naar de bibliotheek. Daar hadden ze een tafel met stoelen gezet. Tegen de wand stonden enkele rekken vol ondergestofte boeken. Ik kreeg de indruk dat ze er al meer stof verzameld hadden dan literatuur. De chef van het dorpje zei dat de bibliotheek niet meer gebruikt werd. Ze hadden ook een schooltje daar, elke dag kwamen leraars met een gammel volkswagen transporter-busje aangetufd om er een paar uurtjes les te geven. De kindjes stonden allemaal verlekkerd door de raampjes te piepen toen wij begonnen eten. Het was zó lekker. Was het nu een ander soort bonen met een ander soort rijst, of gewoon het vele werk maar de feijoada het me nog nooit zo gesmaakt als toen. Uitgehongerd hield ik mijn plastieken bordje scheef om alle restjes nog binnen te krijgen. Daarna riep de schoonmoeder alle kindjes samen om hen om een bordje naar huis te sturen en terug te keren. Dat klusje was in een minuutje geklaard. Allemaal stonden ze netjes in de rij om een beetje rijst met bonen te krijgen. Sommigen hadden een volledige casserol meegebracht van thuis. Wat ook grappig was, de schoonmoeder had de dorpschef 50 Reais betaald voor het maken van de feijoada (eigenlijk was zijn vrouw de kokin maar goed). Hij had het briefje in zijn achterzak gestoken maar daar zat uiteraard een gat in en dus was het briefje kwijtgeraakt. BRASIIIIIL!
Na de middag speelde ik nog wat met de kindjes toen er een meisje van 12 uit de struikjes kwam met een kruiwagen vol oesters. Die was ze gaan vissen in het meer. Haar moeder was zwanger van het 5de kind maar was nog druk aan het helpen met het maken van nieuwe oesterbanken. Ik vroeg of ik mocht gaan kijken hoe ze de oesters ging kuisen en de moeder ging met me mee. Ze toonde hoe er kleine oesters op de grote groeien en hoe ze die met een groot mes van elkaar scheiden. Daarna leggen ze de kleintjes weer in  het water om nog wat omvang te vangen en later weer visvers op te vissen. De zwangere moeder vroeg of ik er eentje wou proeven. Uit vroegere (Belgische) ervaringen wist ik dat ik niet zot was van oesters aangezien ik de laatste keer het gevoel had de volledige zee te hebben ingeslikt, maar uit beleefdheid zei ik ja. Ze haalde een oestermes, zout, olie en een lemoen en greep er eentje uit de oesterberg. Vingervlug prepareerde ze de oester, ik haalde diep adem en kieperde hem netjes binnen. ENORM LEKKER! Ik kauwde hem soepel als een kauwgom en genoot van elk smaakje dat zich losmaakte uit het slijmerige snoepje. Daarna at ik er nog 2 zonder onaangename gevolgen... Het was een leerrijke dag geweest.
Gisteren heb ik mijn eerste les mogen geven. Ik geef hier nu Aardrijkskunde of hoe moet ik het zeggen... les over de wereld buiten Brazilië. Daar weten de kindjes echt bijna niets over. Eergisteren had ik tot laat in de avond gewerkt aan mijn wereldkaart waar enkel de 7 continenten op stonden en waar ik Brazilië ook op had aangeduid. Met de kindjes speelde ik een tikkerspelletje en wanneer ze aan de andere kant geraakten mochten ze hun stuk van de wereldpuzzel in het juiste continent plaatsen én zeggen welk continent dat dan was. Een groot succes. Ik leerde ze dat Brazilië een land is en geen continent, en dat Rio en São Paulo steden zijn en geen landen. Een wereld ging voor hen open. Daarna speelden we nog wat spelletjes en aanvaarde ik nog enkele trouwaanzoeken. De kleine Braziliaanse jongetjes weten al hoe met vrouwen om te gaan nog vóór er haar op hun... kinnebakje staat. Na de les had ik zoveel voldoening van mijn dag en mijn uren voorbereiding. Ze leren vlug die straatduiveltjes.
Vandaag, uitgerekend op de verjaardag van mijn padre, slecht nieuws gekregen. Tijdens mijn doorreis moet mijn visakaart gekopiëerd zijn geweest terwijl ik een betaling aan het doen was. De dienst fraudezaken met visa uit Brussel belde me vandaag om me te laten weten dat er €600 euro was afgehaald via mijn kaart in Amerika, terwijl ik hier in Brazilië zat. Ik verstond me er niet aan, mijn kaart zat veilig en wel in mijn portemonnee, ik had hem nooit met iemand achter een muurtje laten gaan tijdens een betaling, had mijn code altijd afgeschermd. De vriendelijke rampenman vertelde dat ik het nooit zou kunnen gemerkt hebben. Ze steken een chip in hun betalingssysteem die alles vastlegt wat er met je kaart gebeurt, zowel code als kaartnummer en gebruiken het later in een ander land. Het gestolen geld zou ik gelukkig allemaal terugkrijgen.  Hij gaf me 2 uur om geld af te halen in de bank en daarna mijn kaart door te knippen. Deze lieve meneer wist duidelijk niet dat je bankfunctionarissen niet zomaar mag storen tijdens hun patiencespel. Overweldigd en nerveus stapte ik de bank binnen. het was 11h50. Door het lichtsnelheid-snel fietsen (+ het poriënsop) stonden mijn handen besprenkeld met 5 blaren bij het aankomen in de bank. Ik vertelde een veiligheids-man (die waarschijnlijk de veiligheid van zijn halfgeknoopte veters moest inspecteren) dat ik dringend een werknemer moest spreken maar door een raampje tikte hij tegen een blad dat me wist te vertellen dat in de zomer de werknemers een uurtje vroeger stoppen met werken. De bank is dan maar open van 8h - 11h. Ik vertelde hem dat het een noodgeval was en dat ik niet veel tijd had om het klusje te klaren en dus ging hij iemand halen. Een uur en half lang heb ik geprobeerd om alles in orde te krijgen zonder succes. Niemand leek de ernst van de situatie te begrijpen. Ik belde een bevriende boekhouder, gaf hem door aan de banklieden en in 5 minuutjes hadden we een redelijke oplossing. Als je hier niemand kent zijn werkelijk alle poortjes gesloten. The key to the brasilian way of life, is the one you got from someone you know, who knows someone that knows someone... Na een bewogen dag vol papierwerk en kaartgeknip klaar voor meer avonturen. Voor de rest alles goed met mij trouwens.  Ik kijk al uit naar mijn volgende les met de kindjes...
Met Carnaval ga ik trouwens naar Recife, ongelooflijk hoe de mensen zich hier al aan 't voorbereiden zijn. Ik ben benieuwd...

Aan de mensen met koude handen: koude handen is warme liefde. Tot binnenkort!

maandag 6 februari 2012


Beginnen bij het belangrijkste vandaag. De carnavalsstoet was een masterpiece! Hij was wat in retard maar tell me something new hé! Ik moet eerlijk toegeven dat ik in mijn vorige blog wat gelogen heb (schaamrood op de wangetjes). O Zé had niet 1 kar gehuurd maar 3, en hij had niet een paar honderd t-shirtjes laten printen maar eerder een paar 1000. Kwestie van hier toch op z'n minst waarheidsgetrouwe journalistiek te publiceren.  Stel je voor dat 'k op een dag beroemd wordt en dan mijn broek scheur aan foute feitjes. Nuja, terug ter zake! Het was waarachtig een bacchanaal vol kabaal en zon gestraal. Met mijn sunblock gewapend op zak en mijn kodak in de aanslag was ik er klaar voor. Ik mocht samen met de andere vrijwilligers bovenop 1 van de trio's (vergis u niet, dit is de naam van een carnavalskar) staan. De plaatselijke tv was van de partij en Zézeco was alweer dé man van het bescheiden feestje. Vóór de 3 praalwagens reed een grote watertanker die de mensen vochtig hield. Jan en alleman deed mee. De straten voor en na de stoet waren verlaten. Geen mens die het in z'n kop kreeg om niet te komen meedoen, behalve misschien de slimmerds die hun winkeltje openhielden om het akelige geluid van drooggeschraapte keeltjes te voorkomen.
Samen met de andere vrijwilligers liet ik me bedwelmen door de sambadeuntjes. Zézeco liet op elke trio een grote doos verkleedmateriaal aanbrengen. Nu kon het feest volledig losbarsten. Carnaval had het Braziliaanse vlees weer zwak gemaakt. De mensen gingen maar al te graag ten onder aan de 7 zonden. Eigenlijk begint carnaval pas binnen een kleine 2 weken. Maar 5 dagen festa is niet genoeg voor de gemiddelde Braziliaan. Hoe meer oefensessies, hoe beter, want in het heetst van de strijd moeten alle registers kunnen opengaan, dan kunnen ze die maar beter wat olieën op voorhand. Ik heb hier al van verschillende mensen gehoord dat op carnaval alles mag. De regering deelt dan ook elk jaar miljoenen regenvestjes uit om te voorkomen dat het Braziliaanse tienerzaad wortel schiet. Nu kan he niet anders dan dat de maand november de maand is met het hoogste geboortecijfer, want zelfs de beste KW gaat niet eeuwig mee! Ik kijk alvast uit... mijn doppen!
Voor de rest heb ik nog zoveel onderwerpen aan te snijden maar ik weet niet waar eerst gesneden. Ik zie hier dagelijks zoveel dingen waarvan ik dacht dat ze al lang gefossiliseerd waren. In Barra rijden mensen nog met ezel en kar om zich te verplaatsen. Sommige zijn zelf de ezel en slepen hun zwaarbeladen kar achter zich aan. Mijn huisje heeft geen ramen, de afwasbak loopt uit in een emmer, mijn kleren moet ik wassen met een blok zeep. Maar dat is nog niets. Ik weet niet goed hoe ik het volgende moet aanbrengen, ik weet zeker dat er hier mensen van hun stoel zullen slieren. Er zijn hier dus nog tieners die... ... ... GEEN FACEBOOK HEBBEN!!! Jawel, ze bestaan nog en ze wonen hier in Barra de São Miguel! Shocking!
Vandaag wordt beslist welke les ik hier precies zal geven. Ik weet sowieso dat ik met ongeveer alle klassen zal proberen meehelpen maar ik sta te springen om zelf ook een les te mogen geven. Het hele PenseBrasil project is gebaseerd op een uitwisseling tussen mensen. De leerkrachten proberen hun leerlingen iets mee te geven en moeten intussen ook wat bijleren van hun ondergerichten. Ik hoop les te mogen geven over Europa. Ik heb intussen al gemerkt dat vele mensen hier mij beschouwen als een iemand die uit het journaal ontnsapt is. Als ik zeg dat ik van België kom zie ik velen hun ogen trekken en de lipjes tuiten. De blik zegt alles. "Das nu eens een land waar ik nog nooit van gehoord heb, alhoewel er misschien een voetbalploeg bestaat waarnaar dat land genoemd is." Wat ik hoop terug te krijgen van mijn leerlingen is wat meer Portugese taalbeheersing. Ik behelp mij hier vlotjes maar als de localen hier hun zegje doen dan blijft het toch dikwijls bij wat groentjes glimlachen. Ik weet zeker dat les geven aan kleinmannen mij deugd zal doen. Indien mijn Europa-plan geen gevolg vindt ga ik voor Franse les, alhoewel ik daar minder het nut van in zie maar er zijn in ieder geval wel enthousiastelingen voor te vinden.
Ik heb gisteren trouwens een pot nutella kunnen bemachtigen. M'n gemis van mijn familie/vrienden/vriendje/hond kan nu eindelijk wat compensatie vinden. Ik was zodanig content dat ik hem spontaan in mijn mandje gelegd had zonder naar het prijskaartje te loeren. Aan de kassa besefte ik hoe oneerlijk de wereld in mekaar kan zitten. € 5 voor een potje van 200g. They should be ashamed of themselves! Zo de arme weldoener straffen. De kassierster had trouwens geen kleingeld genoeg om mij terug te geven en dus gaf ze twee snoepjes in de plaats. Daarmee is dan alles geregeld. Brasiiiil! Gruyère kaas of brie is hier trouwens ook niet te vinden maar aan fruit kom je hier niets tekort. Het is hier nu alweer wat later en de muggen blijven maar aanpappen met mijn bloedvaten. Kzal hier dringend wat regels moeten stellen denk ik. Al dat zuiders gefriemel aan mijn benen.
Voor al wie een 11-stedentocht ziet aankomen, ik zit hier al aan 10 dus ge zult het rapper op mijn blog lezen dan in de Nederlanden vrees ik. Blijven volgen is dus de boodschap! Ik toonde trouwens overlaatst wat besneeuwde foto's aan een twintiger hier uit Barra. Hij vroeg me of het daar nu zomer of winter was. Ik zei: "zomer uiteraard!", waarop hij "Amai da zijn wel andere zomers dan hier precies, is da dan in de winter ook zo of warmer?". Zo'n antwoord had ik niet verwacht en dus heb ik hem maar snel uit zijn lijden verlost. Ik mag hier eigenlijk zo'n grapjes niet uithalen maar dat zal de gewoonte van in België zijn die komt piepen waarschijnlijk.
Bij het schrijven van deze laatste zin hoor ik hier Vaya Con Dios door de straten knallen. Dus ze kennen België toch!!! Ik heb hier ook al in een bar de volledige cd van Absynthe Minded gehoord en Alors on danse wordt hier ook gedanst. Dag en nacht speelt er hier overal superluide muziek door de straten. Precies een festivalweide. Allemaal leuk en zo, maar aangezien ik geen plafond heb zorgen de dakpannen boven mijn bed voor een extra goeie straatakkoestiek. Ik was gisteren al gaan kijken voor oordopjes maar dat hebben ze hier niet in de de apotheek. Vandaag ga ik dan maar naar een werkkledij-winkel. Daar zou ik ze moeten kunnen bemachtigen normaalgezien.

Vele groetjes aan iedereen en tot gauw!

Djannie

vrijdag 3 februari 2012


Dames en heren, goeienavond!
Net in mijn nieuwe stulpje gearriveerd. Ik begin mij hier al goed in te burgeren. Ik heb een bed, een wastafeltje, een wc en een koude douche. De rest zijn muren en een fijn ongeschilderd houten deurtje. Mijn kleren, documenten, diarreepillen, zeep en handdoekken liggen allemaal op een mini-houten plankje gestapeld.  Mijn slaapzakje kon ik nergens kwijt dus die ligt mooi uitgestreken over mijn bedrand. Geen zorgen mammie, ik heb een dak boven mijn hoofd. Letterlijk een dak, geen plafond. Ik kan de pannen tellen voor het slapengaan.
Ik was het gisteren al komen bezoek maar toen ik mijn zak uitpakte vandaag was het toch wat eng. In mijn trekkerszak zitten amper een paar kleren en wat spulletjes maar in mijn ietsiepietsie kamertje had ik geen plaats om alles te kunnen leggen. Een mens begint dan al eens na te denken... Meer dan mijn oogjes te rusten leggen moet ik hier gelukkig niet doen.
Voor de rest waren de laatste paar dagen heel erg aangenaam. Ik leerde de Ongie (NGO) kennen en de vele vrijwilligers die eraan meehelpen. Ik ga spontaan voor João of Maria wanneer ik er een paar tegenkom in de straat. Al die namen, ik kan ze echt niet onthouden. Eergisteren ben ik met André en Julinho richting Ongie gereden. André vertelde dat hij cobra's in huis hield. Hij ging ze vangen in het wild en probeerde ze dan wat te temmen door hen regelmatig eten te geven. Daar koopt hij dan kleine vogeltjes voor. Hij zei dat hij er een stuk of 4 in zijn huis/tuin hangen had. Sommige waren wel 2 meter. "Je moet ze gewoon het gevoel geven dat ze gewenst zijn", zei hij. "Maar dat zijn ze toch niet?", dacht ik, de rillingen liepen over mijn kleinste teentje. Op weg naar de Ongie reden we voorbij enkele van Maceió's favela's. Ik ben hier ondertussen te weten gekomen dat het verschil tussen de favela's en een krottenwijk is dat een favela gedomineerd wordt door drugstraffiek en drugsbarronnen. Ik had lang gedacht dat een favela gewoon een krottenstad binnen een andere stad was waar simpelweg veel drugs gebruikt wordt, maar dat is dus niet zo. Iedereen binnen een favela betaalt een tax om te mogen meewerken als drugstrafficant of dealer. Wie dat niet doet, hoort daar niet te wonen. De meeste favela's hebben straten, water en afgetapte elektriciteit maar er zijn er ook die dat niet hebben. Ik kwam overlaatst voorbij een favela waar mensen zelf de draden aan het verbinden waren, richting hun golfplaten barakskes, extreem gevaarlijk! Ik zie hier ook dikwijls verdwaasde kindjes. Niet altijd omdat ik blank ben. De crack kent hier beter de weg dan de taxichauffeurs. Crack is trouwens een hele vuile drug. Hij is dan ook uiterst goedkoop. Ze draaien er werkelijk vanalles in. Lijm, rubber, wiet... Alles wat maar een beetje verdoofd. Je kunt het evengoed uit het rioolputje schrapen.
De Ongie doet fantastisch werk. Het is moeilijk om kort uit te leggen wat ze precies doen. Barra de São Miguel telt 7000 inwoners. Een kleine stad dus. Ze hebben hier een basisschooltje en crèche, 2 apothekers, 1 bank en 1 postkantoor. Voor de rest wel wat kleine kledingwinkels en redelijk wat winkels met eetwaren. Het stadje bevindt zich op 35 km van Maceió en om het halfuur rijdt hier een bus heen en terug. In 2000 had Barra de São Miguel de laagste menselijke ontwikkelingsgraad van de hele staat. Pense Brasil bestaat hier nu 3 jaar. 3 jaar geleden deden de mensen hier niets buiten hun dagdagelijkse taken. Kinderen wisten niet wat het leven buiten het stadje was. Ze hadden nooit de kans gekregen om een muziekinstrumt te bespelen of om een sport te beoefenen. Ze hadden nooit leren schilderen/tekenen, naaien of waren in een bibliotheek geweest. Ze hadden nog nooit een dansles meegemaakt. Oudere mensen waren hier dikwijls slecht te been of volledig buiten conditie wegens gebrek aan beweging. Ze kwamen niet meer buiten de stad en hielden vast aan het weinige dat ze hadden. De mensen hadden hier nog nooit een kerstman gezien of een moederdag gevierd. Ze leefden van dag tot dag, zonder meer.
Nu ik hier ben, lopen de paarden en de kalfjes nog steeds op straat. De vissers gaan nog steeds met een draad + haakje in de zee gaan staan om een vis te vangen. De kinderen kijken nog steeds raar op als ze een blanke zoals mij zien lopen in hun stadje. Maar dankzij Pense Brasil krijgen ze nu wél de kans om een hobby te beoefenen. In het schooltje van de organisatie kunnen ze leren zwemmen, dansen, gitaar of drum spelen, boeken lezen, engelse of spaanse les volgen, circustechnieken uitproberen. De oudere obese vrouwtjes kunnen hier lichamelijke opvoeding of aquagym komen volgen. Ze kunnen er met de computer leren werken en kunnen op vrijdagavond naar de openluchtfilm komen kijken en gratis popcorn eten. Een wereld gaat open voor hen, en ook voor mij.
Het magische rond heel dit project is dat een 23 jarige miljonair uit São Paulo de eigenaar is van de hele NGO. Hij is hier 3 jaar geleden komen wonen in zijn buitenverblijf en heeft beslist om zijn geld goed te besteden. Hij kocht een bus waarin hij de mensen kon vervoeren om een daguitstapje te doen en organiseerde feestjes voor de hele stad. O Zezeco is hier God. Hij geeft letterlijk miljoenen uit aan zijn organisatie. De vrijwilligers mogen elke middag gaan eten op zijn kosten en worden vergoed voor hun verplaatsing met de auto. Hij organiseert moederdag- en kerstfeestjes waar hij 4000 cadeautjes (bv. tupperware doosjes of speelgoedautootjes) uitdeelt. Ik heb hem daarnet ontmoet toen we naar zijn huis gingen om iets af te geven. Een prachtige villa boven op de berg met zicht op de hele stad en de baai. Het leven daarboven is mooi. Hij zorgt ervoor dat het leven beneden de berg elke dag mooier wordt. Zijn vriendin geeft engelse les aan de volwassenen, als vrijwilliger. Hen hun ding zien doen is precies een sprookje dat werkelijkheid wordt.
Ik ben ondertussen weer aan het afkicken van darmflorapillen die ik sinds ik hier ben toegekomen moest slikken. Het is hier gevaarlijk zomaar iets in een sandwichbar te kopen. Je hangt er meteen aan bij de minste onoplettendheid. Stront aan de knikker inderdaad!
Genoeg details, ik wil mijn fans houden. Nu jullie weten hoe het hier wat in elkaar steekt kan ik mijn volgende blogs weer wat vrolijker maken. Morgen heeft O Zé hier een feestje gepland. Hij heeft een Carnavalskar gehuurd en t-shirtjes met zijn kop op laten maken. Een paar honderden, allemaal uitgedeeld hier in 't stadje. Morgen zal hier overal al Carnaval gevierd worden met de vrienden van Zé, de hele stad dus. Hij heeft alles werkelijk tot in de puntjes verzorgd. Ik heb de liters bier al in zijn garage zien staan. Ik zorg binnenkort voor de nodige foto's en uitleg. Zal er dan ook wat van mijn nederig onderdakje (goeie woordkeuze) trekken. Nu eerst naar de Ongie lopen om dit te kunnen uploaden, want Djannie's casa heeft geen internet helaas.
Aan alle ondergesneeuwden. Laat jullie verwarmen door mijn vertederende verhaaltjes. Ik denk aan jullie en smeer mij nog eens in. 't Was hier weer bloedheet vandaag :)

Até logo meninos!

Djannie!

woensdag 1 februari 2012



Het gezin waar ik de laatste dagen in vertoefd heb was de max. Ik werd er zó erg warm onthaald dat het mij pijn deed afscheid te moeten nemen. Als vriendin van Carla was ik ook hun vriendin. Ze behandelen me alsof ik hun dochter was, ook al lijkt dat misschien wat vreemd in een zwart gezin (ze hebben hier nochtans ook een facteur).  Mijn bordje met bonen en rijst at ik elke dag netjes leeg. Het was niet mijn favoriete dagelijkse kost, maar Jeroen Meus paste nu eenmaal niet meer in mijn trekkerszak. Carla leerde ik kennen toen ze met haar moeder op weekend was in Rio. Zij sliepen samen met mij en nog 7 anderen in een klein kamertje van 10 m². Raar maar waar leerden we elkaar al snel van dichterbij kennen. Ze woonde al 6 jaar in Zwitserland maar was nu weer 3 maand in Brazilië omdat ze haar familie miste. Die woonden in Salvador. Ik zei dat ik er ook heen ging 2 weken later en ze stelde voor dan zeker iets te gaan drinken samen. Ik had daar eigenlijk al een couchsurfing-host maar ik wou zeker ingaan op haar voorstel. 3 dagen voor mijn aankomst belde mijn couchsurfinghost af, haar familie was op bezoek en haar huis zat vol. Toeval of niet, maar Carla sprak me dezelfde dag nog aan op het alomgekende smoelenboek, waar anders. Ze vroeg of ik al in Salvador was en of ik nu nog een slaapplaats had. Ik melde haar dat mijn host net afgebeld had. Ze nodigde me uit in het huis van haar zus, waar ik zonder problemen 2 dagen zou mogen blijven.
Het huis van de familie da Silva was mooi en groot.  Zoals al gezegd in mijn vorige blog woonden ze er met 5 maar er kwam geregeld wat binnen en buiten gelopen. Claudia (oftewel Cacao volgens Carla) was trouwens 4 maand zwanger van een jongetje. Ze had er daar al eentje rondlopen van 8 maar die was van een andere man. Het snoodaardje heette Klebe en was een sloeber tot in het diepste van zijn zwembandjes. Zoals met de meeste sloebers, klikte het meteen tussen mij en dat meneertje kattekwaad. Als hij in bad moest verstopte hij zich onder de zetel, waar hij zich op wonderbaarlijke wijze netjes onderwrong. Hij vond er ook alle plezier in mensen te doen schrikken, op de meest onverwachtse momenten. Ik hoop maar dat Claudia's water niet opeens breekt als hij zo nog eens op dreef is. Hij liep ook de hele dag in zijn adamskostuum rond, zonder gène, en liet zich regelmatig vallen op de grond, waarschijnlijk om zijn schokdempers te testen of om te zien of hij nog wat moest bijtanken. Na een dag deelde hij ook al zijn snoep met mij. Ik was duidelijk opgenomen in de circle of trust, een smoelentrekker waardig!
Maandag gingen Carla en ik naar het historisch centrum van Salvador. Onderweg pikten we haar nicht, een jonkheid van 42, nog op die daar in de buurt woonde. Ze heette Selma en vroeg of ik geen vriend had waarmee ze kon trouwen om dan naar Europa te komen wonen. Ik zei dat ik er eventjes over na moest denken. Aan de vrijgezelle mannelijke lezers onder jullie, wees gewaarschuwd: ik kan jullie in de komende dagen contacteren ivm een verzoekje van Selma. In het historisch centrum pikte Luciana nog aan bij ons clubje van zotte vrouwmensen. Met z'n 4tjes gingen we wat schone Bahiaanse kerkjes spotten. Lachen, gieren, brullen met af en toe een adempauze tussenin, dat moest wel want het was bergop en we waren allemaal niet echt in topconditie. Na de inspanning uiteraard de ontspanning en Luciana stelde voor om af te sluiten in joligheid, maw met een plaatselijk likeurtje in de  hand. We gingen naar een klein bartje daar in de buurt en ontmoetten nog 2 vrienden van Luciana en Carla. Samen dronken we Traviu of zoiets, een likeur gemaakt van cachaça en kruidnagel. We timmerden het vlotjes binnen. Op de weg naar huis werd ik nog een paar keer nageroepen in de straat... "Oi oi oi Grrrrrringaaaa, tudo bom!?!?", ik viel er duidelijk uit de boot. In de staat Bahia leven vooral Brazilianen met Afrikaanse roots. Zovele jaren geleden kwamen alle Afrikaanse slaven hier toe en hebben dan ook in deze staat hun familie gesticht. Tot op vandaag zie je hier heel erg weinig blanke mensen. Die worden hier dan ook nagekeken alsof hun neus binnenstebuiten staat geparkeerd en regelmatig aangesproken met gringo/gringa. Volgens mij heeft Gringo van Temptation Island hier misschien ook wel z'n wortels liggen. Het is trouwens grappig hoe zwarten elkaar hier aanspreken. "Oi nigga" all over the place. Carla liet me ook weten dat ik discriminerend praat wanneer ik het heb over "zwarten". Dat zeg je hier niet. Hier hoor je "negers" te zeggen. Duidelijk de andere kant van de wereld.
Het avondprogramma was alweer verzorgd door Carla. Het is hier zomer en dus hangen er zomerfestivals in de lucht. Zelfs op maandagavond was er een feestje in de buurt, maar helaas waren de tickets allemaal uitverkocht. Het plan was om toch te gaan en te zien of we aan de deur nog iets konden lospeuteren. Van dat laatste was er amper sprake want éénmaal ter plaatse smeten de zwarte (-markt) verkopers zich op onze auto. Het concert van Harmonia do Samba was al begonnen en dus prikten we de kaartjes op de kop voor een tikje... of zoiets. Het werd een nacht vol bier, plezier, vertier en gezwier met de billen. Ik werd van de ene sambapartner naar de andere gerold alsof ik een tolletje was. De mannen dansten nog harder dan de vrouwen en ze stonden in 't schuim en in 't zweet als een kudde racepaarden. Doorheen de avond rook ik naar 40 verschillende soorten mannen die zich in 't passeren allemaal eventjes aan mijn velletje hadden willen afdrogen. Hoewel dat moeilijk moet geweest zijn aangezien ik zelf ook een stoombadhuidje had opgebouwd. De nacht liep rond 4 uur ten einde en Carla en ik besloten met platte batterij richting huiswaarts te gaan, 2 uurtjes te slapen waarna ze mij op de bus met bestemming Maceió zou hijsen. In het station om 6u45 kreeg ik te horen dat er geen plaats meer was op de bus en dat de volgende bus pas om 19h was. De dag doorgeslapen, nog eens afscheid genomen van de grappigste familie da Silva ooit waarna Marcio (Carla's schoonbroer) mij op zijn crossmotor naar 't station voerde. That's right... mototaxi Marcio, de coolste manier om je hier te verplaatsen.
Op de bus had ik het ongelukkige laatste plaatsje naast het wc gevangen. Ik probeerde gedurende de ganse nacht niet te veel te kijken wat er precies allemaal op de pot gebeurde en ik hield mijn adempje netjes in, telkens wanneer het wc-deurtje open ging. In Maceió zou een kotmadam met blauwe bril mij staan opwachten. Daar zou ik de eerste dagen verblijven om dan te kijken of ik daar goed zat. In het station was er geen blauwe bril te zien. Het was daar 1 uur verschil met Salvador dus ik dacht dat we verkeerd hadden afgesproken. Ik probeerde een telefoon vast te krijgen om haar te bellen toen ik werd overvallen door krullenkopke met blauwe bril in de hand... "Djannie?????, I'm sorry but I overslept and then I looked at my clock and I thought Oh no.. blablabla!" Een ratel met een lijfje aan. Ik moet eerlijk zeggen dat ze er wat gek uit zag op het eerste moment, en dan bedoel ik gék, niet als in vreemd. In de auto bleef ze maar ratelen. Ze beging een paar ongewenste manoeuvers en stopte om een gloeilamp uit haar handschoenenkastje te halen. Ze stak haar bril terug tussen haar krullen als een echte verstrooide professor. Later bleek dat ze ook echt professor was aan de faculteit Geneeskunde. Dat verklaarde veel. Ze reed met haar kleine wagentje het strand op, doorheen het verharde zand onder de cocos-bomen. Ze wou me laten zien hoe mooi het hier wel was. Ik wist niet of dit nog zou goed komen. Wonder boven wonder draaide ze het karretje vinnig en ging op weg naar haar huisje waar ze studentenkamers verhuurde. Het huisje had 3 honden en 2 andere buitenlandse studenten. 1 Duits meisje en 1 Argentijnse jongen. Vanmiddag heb ik een afspraak met de chef van de Ongie (zoals ze hier zeggen, de ONG dus) om te bespreken wat ik ga doen en waar ik zal slapen. Heel spannend allemaal. Ik zie het zitten! Ik hou jullie op de hoogte!

Vele groetjes allemaal en tot binnenkort voor meer vrijwilligersverhaaltjes!