donderdag 29 maart 2012


De laatste week gaat bijna in en dus is een nieuwe blog weer op zijn plaats. Vandaag hou ik het kort maar krachtig. Een blog vól “wist-je-datjes”!!!

Wist je dat in Brazilië:    Meisjes bij de geboorte meteen al oorbelletjes ingeschoten krijgen door de verpleegsters? Zo willen ze vermijden dat iemand denkt dat het een jongetje is.  Alle vrouwen willen hier een meisje krijgen om ze te kunnen verbarbiën nadien.  Ge kunt er maar beter vroeg genoeg aan beginnen he.

Wist je dat Brazilië:         Het enige land ter wereld is dat nog steeds Volkswagen Transporter busjes produceert. Zo komen er dagelijks 97 van de band in de fabriek van Saõ Bernardo do Campo. Wil iemand nog een souvenirtje uit de oude doos?

Wist je dat in Brazilië:    De ouders hun kinderen zo lang mogelijk in huis willen houden. Sommige families hebben kinderen van 30 jaar in huis. Wanneer ze trouwen komt er dan dikwijls ook nog de echtgenoot/echtgenote bij. En allemaal moesten ze mee-eten…

Wist je dat in Brazilië:    De meeste mannen gewapend uitgaan? Het is niet legaal om een wapen op zak te hebben maar dat maakt voor de meesten niets uit. Wanneer dronken mannen beginnen te vechten vallen er dan ook dikwijls doden of zwaargewonden. Gaan kijken wat er aan de hand is is dan ook geen goed idee. Er kunnen brokken vallen…

Wist je dat in Brazilië:    Elk jongetje een voetbal krijgt gedurende zijn jeugd? Willen of niet, voetbal wordt er hier in gesjot. Jongens met 3 ballen, eerder de regel dan de uitzondering.

Wist je dat in Brazilië:    Er jongeren zijn die in het 3 middelbaar zitten en geen woord kunnen lezen of schrijven? Hoe slagen die dan voor hun examens? De scholen worden  hier verplicht hun studenten te laten slagen want anders stoppen ze met school en lopen ze rond te hangen en drugs te kopen in de straat. “Mama, ik ben er weer door dit jaar, wil je efkes mijn naam op het inschrijvingsformulier voor de unief schrijven aub?”

Wist je dat in Brazilië:    Er nergens water uit de kraan mag gedronken worden? Het leidingswater is hier overal onzuiver en dus mag je enkel gekookt water of water uit de fles drinken. Met wat geluk krijg je gratis groene brokjes bij je je kraantjeswater tijdens het tanden poetsen… Been there…
Wist je dat in Brazilië:    Het minimumloon iets minder dan €300 is? Bovendien leeft het merendeel van de inwoners van Barra de São Miguel van dat loontje of van minder. Het ontbijt is hier dan ook dikwijls een sober stuutje met boter. Ma wél goeien vettigen!

Wist je dat in Brazilië:    Heel wat mensen al hun doodskist in huis staan hebben voor mocht er wat gebeuren? Dikwijls zie je dan ook mensen binnen- of buitenlopen in een kistenwinkel om wat ideetjes op te doen. Sterven is hier dagelijkse kost.  Ge kunt het je dan maar evengoed gemakkelijk maken he als de laatste zucht nadert. 

Wist je dat in Brazilië:    Heel wat kinderen bij hun grootouders wonen? In vele gevallen is de oudersituatie zodanig ingewikkeld dat de ouders ongewenste kinderen bij de grootouders plaatsen. Als vader en zoon elkaar dan in de straat tegenkomen dan groet de zoon en vraagt hij of alles goed gaat met zijn vader.  Ge kunt zowel evengoed van de melkboer zijn he dan, die brengt tenminste nog wat lekkers mee.

Wist je dat in Brazilië:    Alle vrouwen blond  sluik haar willen hebben? Vele vrouwen gaan hier dan ook wekelijks naar het “salão de beleza” (schoonheidssalon) om hun kapsel bij te werken. Maar zelfs de beste tovenaar kan van een Bouvier geen Golden Retriever maken. Misschien zou een pruik wel heel wat geld zou uitsparen.

Wist je dat Brazilië:         26 staten en 1 federaal district heeft? Bovendien heeft elke staat zijn eigen regels en grondwet. Wat in de ene staat mag, mag in de andere niet. Bij een gerechtelijk geschil moet je dus geen advocaat bellen, gewoon de bus pakken.

Wist je dat in Brazilië:    Alle kinderen het volkslied leren zingen op school? Lezen, schrijven en rekenen gaat vaak moeilijk maar het volkslied kennen ze als de beste! Het leven in Brazilië lijkt wel een musical: just sing it!   

Wist je dat Brazilië:         Naast koffie en rietsuiker ook rundvlees, geconcentreerd sinaasappelsap, sojabonen, kippenvlees, schoenen, ijzer en staal, chemische producten, tropisch hardhout, auto's en vliegtuigen exporteert? In de export van olie is Brazilië de 31e van de wereld. Brazilië hoort bij de top van de wereld als het gaat om exportproducten. Als ze dan iets hebben dat marcheert, dan wordt het het land uit gestuurd.

Wist je dat Brazilië:         Ongeveer 2500 luchthavens heeft? Het is het land met het tweede grootste aantal luchthavens en komt zo nét na de Verenigde Staten.  Ze zien ze hier dikwijls vliegen.

Wist je dat in Brazilië:    Het grootste deel van de elektriciteit uit waterkracht komt? De Itaipudam is één van de grootste leveranciers van deze vorm van energie. Brazilië bezit een uitgebreid grotendeels onaangesproken hydro-elektrisch potentieel, in het bijzonder in het bassin van de Amazone. Daarmee dat de straatlampen hier dag en nacht branden. ’t Is toch voor niet.

Wist je dat Brazilië :        Zelf een eigen ruimtevaartprogramma (INPE) heeft? Ze zien ze hier dus écht vliegen he, dat was geen mopje.

Wist je dat in Brazilië:    Ongeveer 89 % van de bevolking is christelijk (74%katholiek en 15 % protestants is?  Daarnaast is een groot gedeelte van de bevolking in het noordoosten een aanhanger van candomblé, een religie die door de slaven vanuit Afrika is meegenomen. Ave Maria.

Wist je dat in Brazilië:    Er in het Zuiden heel wat afstammelingen van Duitsers, Italianen en Japanners wonen? De Zuid-Braziliaanse bevolking is dan ook overwegend blank, terwijl de Noord-Oost bevolking eerder zwart is. Desalniettemin hebben ze hier doorheen de jaren ook een “grey-zone” gecreëerd, de Braziliaan maakt er graag een zootje van.

Wist je dat Brazilië:         Meer dan 190.000.000 inwoners heeft? Het is daarbij het 5de grootste land ter wereld. Bij het begin van de 20e eeuw telde Brazilië nog 18 miljoen inwoners, dat aantal is dus nu ruim vertienvoudigd. Ge moet je alleszins niet afvragen wat ze hier uitgestoken hebben de laatste 100 jaar.
Wist je dat Brazilië:         Als hoofdstad Brasilia heeft en niét Rio de Janeiro of São Paulo? Velen vallen hier uit de lucht. “Brazilië en Brasilia… Is da niet ’t zelfde maar dan een beetje anders?”

Wist je dat in Brazilië:    De meest voorkomende drug “crack” is? “Crack” is de rookbare variant van cocaïne. Men kookt de cocaïne met ammoniak of een andere base en verwijdert het overtollige vocht. Nadat het gedroogd is, kan het worden gerookt door het op een strookje foliepapier te leggen en het vanaf onderen te verwarmen met een aansteker. De reden waarom “crack” hier zo populair is, is omdat het zo goedkoop is en gemakkelijk te gebruiken. Het is bovendien lichamelijk niet verslavend, wel geestelijk. De kans op een krak in je kop is dus nogal groot.

Dat was het weer voor vandaag. Bedankt en tot ziens… misschien wel binnenkort bij jou thuis, op de sofa. Want ik kom eraan beste mensen! Nog 1 weekje te gaan. It’s the final countdown!

Beijão ,
Janne



woensdag 21 maart 2012


De laatste weken komen al in zicht en dus wordt het de hoogste tijd dat ik er nog eens van profiteer om wat over Brazilië neer te pennen. Ik begin het leven hier meer en meer gewend te raken, ook al blijf ik nog steeds de buitenlander in een boerendorp. Vandaag zal ik het simpelweg hebben over dingen die me dag op dag verbazen, kleine dingetjes die bij ons gewoonweg anders zijn. Here we go.

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen en het hebben over mevrouwtje zonneschijn. Verschrikkelijk warm! Vanaf 6u ’s ochtends tot 6u ’s avonds schijnt de zon hier haar batterijen plat. Rond 6u is de energie dan ook op en gaat ze in 5 minuutjes onder. Ik zie letterlijk elke avond de zon zakken in de zee, of toch op z’n minst als ik rap genoeg ben. De meeste mensen verkiezen hier niet buiten te komen tussen 11h en 15h omdat de zon hier dan zo erg brandt. Een siësta om “você” tegen te zeggen dus. Ik smeer mij hier nog steeds dagelijks in met factor 30. Bij minder verbrand ik mijn maagdelijk witte velleke onmiddellijk, bruinen is hier niet van de poes! Af en toe valt er hier wel een stortbui uit de lucht. Meestal ’s nachts, dus mijn was moet ik ’s avonds binnenhalen óf voor het slapengaan gewoon in een badje waspoeder dompelen, uithangen en ’s morgens hangt de was daar hoog en droog…

Dan is er ook nog het onuitputtelijke fruit. Daar hebben ze hier wel kaas bij gegeten. Ik herken hier nog steeds de meeste fruitsoorten niet, ik weet enkel dat ze allemaal lekker zijn en zo gemakkelijk te vinden. Af en toe eens onder een boom lopen en er valt wel iets uit de lucht. Veelvoorkomende fruitnamen zijn hier dan ook: goiaba, abacaxi, roman, maçã, mamão, graviola, cacao, açaí, melancia, jaca, seriguela, jambo, carambola, pinha, maracuja, cajú, guaraná, en zoveel meer! Ze in je mond steken is gelukkig veel minder moeilijk dan ze van elkaar te onderscheiden.  Je zou voor minder een banaan in je oor steken, ernie.

Waar ik na al die tijd nog steeds geen weg mee weet zijn alle mannen in de straat. Soms lijkt het of ze allemaal tegelijkertijd zijn buitengeborsteld door hun Braziliaanse furies maar dat zal wel niet. Ze staren je aan alsof je hen nog 200 Reais verschuldigd bent maar vanaf je “Olá, bom dia!” zegt klaren hun vraagtekengezichtjes op en lijkt hun dag gemaakt. Wie ben ik om hen dit kleine blikje niet te gunnen he dan? Ondertussen heb ik een theorie ontworpen dat aangezien alle kinderen hier op straat spelen, en de meeste mannen hier bij verschillende vrouwen kinderen hebben, het gemakkelijker is voor deze papa’s hun kinderen allemaal samen te zien spelen als ze daarbij in de straat gaan zitten. Slimme mannen, die Brazilianen. Ze stellen graag hun eigen voetbalteam samen uit eigen bloed. Zou dat het grote geheim van hun voetbalsucces zijn? One big daddy cool?

Een volgend puntje op mijn lijstje is mijn uitgebreide homosexuele vriendenkring hier in Barra de São Miguel. Brazilië mag dan wel een berucht machistisch land zijn, maar nergens heb ik nog zoveel homosexuelen ontmoet als hier! Ze zijn overal en o zó vrouwelijk! Je zou ze hier moeten zien rondtrippelen en elkaar kusjes gooien, pink paradise als je ’t mij vraagt. Het grappigste van dit alles is dat de grootste en stevigste mannen hier nog het meeste liggen grappen met hun homosexuele medemens. Aanrakingetjes voor de klucht, knuffels en knipoogjes met een glimlachje, geen mens die weet wie hier nu precies wat is. Zo heb ik hier een vriend, Junior, receptionist( e) in de NGO, die wel de koningin der homosexuelen moet zijn. Ik ken geen vriendin die vrouwelijker is dan hem. Dagelijks zit hij hier te koffiekletsen met zijn giechelende bende identiteitscrisissers in de receptie van Pense Brasil. Hij geeft me complimentjes als m’n haar goed ligt en verlegt dan zijn denkbeeldige froufrou van kant. Bij laagtij in de receptie zit hij achter zijn computertje te kwijlen op foto’s van onbereikbaar manvolk.  In het weekend gaat hij ook naar een gayclub in Maceió waar hij heel wat wilde avonturen beleeft. Wekelijks krijg ik dan ook een zeer gedetailleerde update van zijn veroveringen (en die van zijn clubgenoten).

Een volgend verbazing-oproepend programmapunt zijn de ontrouwe(minder verbazend hier in Brazilië)  viervoeters.  Barra heeft misschien 7000 inwoners maar ze heeft waarschijnlijk ook zo veel straathonden. Ze hebben alle kleurtjes en alle maten. Sommige zijn lief en gemoedelijk, andere zijn agressief en rap in hun gat gebeten. Je weet met ander woorden nooit wat je op je bord zal krijgen wanneer je er eentje voorbij fietst. Tanden in je versgewassen kuit of gewoon een bananenschilgeurtje en een kwijldruppel. Véronique heeft er hier echt wel de pest aan. Ze gaat er spontaan van lopen, maar laat dat nu net dé specialiteit zijn van meneertje vagebond dus die holt er dan ook zonder enig probleem achter aan. Bijgevolg laten ze mij wel mooi met rust. Als 2 honden vechten om haar been, loop ik er rustig omheen.

Tenslotte zou ik het nog willen hebben over de contradictie in het straatbeeld. Hoewel ik hier dagelijks met boefjes word geconfronteerd, heeft niemand hier een fietsslot op zijnen vélo. Boefjes lopen hier openstaande huisjes binnen en buiten alsof ze er net naar het toilet zijn geweest, maar de openstaande fiets op hun weg laten ze netjes staan. Bij het dagelijkse winkelbezoek plaats ik mijn tweewieler in het wilde weg en ik ga er dan ook van uit dat hij er nog staat als ik mijn nutella gekocht heb. Mijn blind vertrouwen in de bandietjes is tot nu toe nog steeds ongeschonden en dat zal ook wel zo blijven denk ik, tenzij ze opeens zouden denken dat die plakband aan mijn versnellingsbak wel eens geld kan waard zijn. Je weet hier echter nooit. Gisteren was er ook een gehandboeide boef uit het politiekantoor ontsnapt. Hij had het op een spurtje gezet in een lange smalle straat (niet erg slim dus) en aangezien de obese politie-agent na zijn tweede ademhalingspoging in de achtervolging zijn bloeddruk voelde vallen haalde die zijn pistool boven en schoot 2 keer op de ontsnapte crimineel. Dat is nu echt Brazilië. Een land waar niemand iets onder controle heeft, behalve dan misschien de begrafenisondernemer over zijn inkomen. Het boefje is uiteindelijk ontsnapt en de politie-agent bekomt nog steeds van zijn longklap. Over en uit.

Ok beste vrienden en vriendinnen, ik hou het weer bekeken voor vandaag. Toch nog even melden: de ramp met de schoolkinderen heeft hier ook in Brazilië het nieuws gehaald. Mensen hebben me er hier dan ook al veel over aangesproken. Ik vind het jammer zo’n nieuws over België te moeten horen en betuig dan ook mijn medeleven met familie en vrienden van de slachtoffers. Desalniettemin, geniet van de lente die blijkbaar eindelijk in ons Belgenlandje is gearriveerd. Ik had hem nochtans al een maand geleden op de post gedaan! BRASIIIIIIL!

Beijinhos,
Janne!

vrijdag 16 maart 2012


Meer dan een week geleden dat ik nog van me heb laten horen. Jullie zullen je vast zorgen maken! Nee, ik ben niet ziek. Nee ik lig ook niet hele dagen met mijn gat in de zon. Nee, ik ben niet vergeten hoe ik moet typen. En tenslotte: nee, ge zijt nog lang niet van mij af. Here I am baby!!!
De voorbije week was goed gevuld. Er is “fresh meat” toegekomen op het schooltje en wie kan die beter de weg wijzen dan de ex-nieuweling. Oui, c’est moi J! Véronique is 29, Zwitsers en wat aan de kleine kant. Ze verblijft in hetzelfde huisje als mij en loopt ook dagelijks rond te toeren en loeren op de NGO. Ze wil uiteindelijk ook les gaan geven maar voorlopig vult ze haar dagen met wat lessen meeplukken en wat strandwandelingetjes om haar darmen tot rust te laten komen. Ze moet duidelijk nog wat wennen aan de haute cuisine hier. Samen met haar blijf ik me dagelijks verbazen van de stoten die de Brazilianen hier uithalen. Een grap en een grolleke, daar zijn ze toch niet vies van. Thema van vandaag:  de beste Braziliaanse mopjes tot nu toe!
1)      Het eerste grapje ging als volgt: Maxime en ik hadden al enkele opeenvolgende dagen halve skypegesprekken gevoerd door de slechte internetverbinding. Omdat zo’n hatelijk gehakkel en gespuug-gesprek mij wel eens wat grompotterig durft maken had ik hem beloofd bij de volgende skype-sessie naar 1 van de twee “lan-huisjes” hier in Barra te gaan. Toen ik er aankwam ging ik aan de balie staan. Ik vroeg of ik internet kon gebruiken. De kerel wees naar het groepje hangjongeren achter mij en zei dat de ene computer die ze daar hadden in gebruik was en dat ik mocht aanschuiven als ik dat wou. Ik bedankte en zei dat ik mijn eigen lappietoppie bij de hand had en of ik het wachtwoord van de wifi kon krijgen. Hij zuchte diep en zei toen: “Ik zou wel willen maar ik ben het wachtwoord vergeten dus dat zal niet lukken.” Stomverbaasd droop ik af, een internetcafé die zijn wifi-wachtwoord vergeten is… BRASIIIIIIIL!!!
2)      Een tweede goeike vond overlaatst plaats. Een groepje vrouwen zat in de Ongie te wachten op de lerares Spaans. Ze was 15 minuutjes in retard en ze begonnen zich al vragen te stellen of ze nog zou afkomen. Ze had nochtans niets laten weten, niemand gebeld. Ze zagen een auto parkeren maar discussieerden dat dat de juf  niet kon zijn want zij reed met een zwarte auto met een andere nummerplaat. Een halfuur later besloot ik ze wat Spaanse les te geven in afwachting van de Braziliaanse schone. Nog steeds geen nieuws. De leerlingen konden haar niet bereiken, haar gsm stond af. Aan het einde van de 2-uur-durende les kreeg een studente telefoon. De lerares had “haar bus gemist” en zou er dus niet meer kunnen geraken. Ook al kwam ze altijd met de auto… BRASIIIIIL!
3)      Nog eentje waarbij ik goed gelachen heb was toen ik ’s ochtends te voet op weg was naar de NGO. Ik werd nagefloten en keek om. Een klein meisje zwaaide naar me met een soort waaier in de hand en brabbelde ook nog wat. Ze kwam op me afgelopen toen ik zag dat ze een zonnehoed in de pollekes had. Ik vroeg of alles goed was met haar (standaardvraag) toen ze met een wipje de hoed op mijn bolleke plaatste. “Mijn moeder wil je dit geven, gringa.” Ze draaide zich om en spurtte weer weg. Eventjes niet goed weten wat er net gebeurd was keek ik Véronique aan. Ik draaide me nog eens om maar het meisje was al verdwenen. Met opengevallen mond zette ik mijn weg verder, zonnehoed op kop.  Ok ik heb een wit velleke maar ’t is nu niet om te zeggen dat ik de zon in de huiskamer laat reflecteren als ik voorbij je huis passeer ofzo. Toen ik later aan een Braziliaan van de Ongie vertelde wat er net gebeurd was zei die mij droogjes: “Ge gaat nu niet kunnen zeggen dat ze je hier niet goed ontvangen he gringa.” BRASIIIIIL!
4)      Aan Paulo (collega) vroeg ik eens of hij nog naar school ging. Hij zei (in januari) dat het schoolvakantie was en dat de school binnenkort weer zou beginnen. Ik nam er vrede mee en liet hem zijn ding doen. Overlaatst merkte ik dat hij nog steeds rondzwierf in het dorpje zonder enige blijk te geven van schoolgaande jeugd te zijn. Ik vroeg hem of de lessen nog niet opnieuw begonnen waren en dat de schoolvakantie hier toch wel lang duurt. Hij zei dat ik het de vorige keer verkeerd moest begrepen hebben aangezien hij toen had willen zeggen dat de school met vakantie was. School met vakantie? “Sinds wanneer is dat dan?” vroeg ik hem… “Euhm ik weet het niet zo goed, sinds begin vorig jaar ofzo? Niemand weet wanneer de school precies weer uit vakantie gaat…” BRASIIIIIL!!!!
5)      Met een andere collega had ik het over de Braziliaanse politiek. Hij zei dat Dilma (de huidige presidente) Europese roots had. Ik had wat over België gepraat toen hij zei “Volgens mij is ze ook Belgisch!”. Dat vond ik bizar, daar had ik nu nog nooit iets van gehoord. Ik zei hem dat me dat wel heel onwaarschijnlijk leek. Hij zei: “of Belgisch of Joegoslavisch!”. Ik zei hem dat Joegoslavië niet meer bestond en dus zei hij dat het wel België moest zijn. Uiteindelijk bleek het Bulgarije te zijn… 1 pot nat! BRASIIIIIL!
6)      Een laatste lachertje overkwam me toen ik hier voor de eerste keer naar de bakker ging. Ik zag overal pistoleetjes liggen maar geen spoor van een brood, terwijl ze dat in het algemeen wel hebben hier. Ik vroeg de vrouw of het misschien net allemaal op was toen ze zei: “Gewoon Brood? Nee, dat maken we hier niet… Enkel Pistolets en hardgebakken broodkruimels…” BRASIIIIIL!

Ok ‘k moet het alweer hierbij laten voor vandaag want het is ondertussen etenstijd geworden en straks staan die Braziliaanse snottertjes hier weer aan mijn t-shirt te trekken omdat ze foto’s willen zien. Veel plezier met het zonnetje daar in België. Geniet ervan, 23 °C, da’s niet niets. Hier moet ik het stellen met 35 °C… Bummer!

Beijinhos muito grandes!

dinsdag 6 maart 2012



Ook vandaag wil ik het hebben over een op z’n minst zeer “levendig” onderwerp hier in Brazilië, m.n. de telenovela. Wie het programma “Brazilië voor beginners” wat gevolgd heeft, kon al wat proeven van de drama die zich hier dagelijks op de buis afspeelt maar desalniettemin  voel ik me genoodzaakt dit onderwerp nog eens aan te kaarten. Na de heilige boontjesschotel, beheerst de novela het Braziliaanse leven volledig.

Het gaat in het bijzonder om 1 telenovela, genaamd: “Fina Estampa”. Tot nu toe heb ik nog niemand ontmoet die niet af en toe eens piept naar “den tv” wanneer de kleuren van dit programma zich over de huiskamer verspreiden. Om het bondig samen te vatten, “Thuis met afgetrainde lijven en geblondeerde wijven in Rio de Janeiro”. Er gebeurt dus niets in de paardenstallen in deze soap, ook al zouden de Brazilianen dat hoogstwaarschijnlijk wel kunnen smaken. Toen ik in Rio was had ik nog geen idee van hoe grootschalig deze “zeep-reeks” wel was. Maar doorheen mijn reis kreeg ik beetje bij beetje haar “true colours” te zien.

In de pousada waar ik verblijf kan ik de novela helaas niet volgen. Een 10-koppig team bezet dagdagelijks de reikwijdte van het scherm wanneer het “tijd” is… (“Mãaaaaae, é tempooooo!”) Ik voel me dan ook niet meteen geroepen om deze fantasiewereld te betreden. Ik zeg “fantasiewereld” maar eigenlijk handelt de novela over een paar rijke familie’s in Rio, waarbij geen enkel personnage een heilig boontje is. Duidelijk een ver-van-hun-bed-show voor de gemiddelde Braziliaan maar ondanks dat toch een groot succes. De personnages incorporeren het Braziliaanse schoonheidsideaal en besprenkelen het met wat Braziliaans furie-poeder. De hete temperaturen waarin het programma zich afspeelt laat de gemoederen dikwijls verhitten en zorgt bovendien vaak voor iets te kleine costuums en een standaard roze blos op de wangetjes van de acteurs.

Ik was overlaatst gaan couchsurfen in Maceió en de moeder van het meisje bij wie ik verbleef slaagde erin op mijn vragen te antwoorden tussen twee belangrijke telenovela-gebeurtenissen door. Ze zijn hier getraind in het volgen van de novela en een gesprek voeren tegelijkertijd. In de pauze besliste ze een kleine versnapering voor ons klaar te maken. Ik werd nog nooit zo snel bediend want voor je het weet is de pauze weer gepasseerd en ook al heb je het voorfilmpje gezien, het blijft toch altijd een beetje een verrassing he.

Hetgeen mij het meest stoort aan dit hele programma is de onwaarschijnlijkheid van alle voorvallen en als je dan vraagt aan een Braziliaan wat er zo goed is aan die serie, antwoordt hij standaard: “Het zit goed in mekaar en ze acteren zo goed.” Terwijl het voor mij eerder voorspelbaar en gedramatiseerd is. Zeer onrealistisch. Er worden ook dagelijks meningen over uitgewisseld in de straat. “Die ene heeft toch echt een slecht karakter en van die ander had ik dat nu echt niet verwacht!” De serie zit vol plastische chirurgie en steroïde-verslaafde mannen. Van een echte kenner mocht ik horen dat iedereen al zowat met iedereen het beddengoed onder de lakens had verkend, dan weet ik al genoeg. “Je bent thuiiiiiiiiiis, tutemtetumtum”.

Fina Estampa is misschien wel de meest bekende, maar daarom niet de enige telenovela die hier dagelijks over de vloer komt. Elke grote zender heeft zo z’n eigen soap. De grote zenders dragen hier ook standaard de kleuren van een politieke partij. Zo zal er in de novela misschien wel propaganda gemaakt worden voor de ene partijkandidaat en in een andere novela dan weer voor de ander. De bazen van deze shows beslissen volledig over het beeld dat hun kijker heeft van Brazilië. Om het nog wat duidelijker te illustreren ga ik nu over naar de telenovela op de zender Rede Record. De baas van deze zender is ook de oprichter van de Universele Kerk van het Koninkrijk Gods. De novela die zij dagelijks uitzenden heet O Rei Davi en gaat over het leven van de Bijbelse Koning David, dagelijks gevolgd door miljoenen personen. Het is een manier om de mensen hier te brainwashen en zich op elk mogelijk vlak in de kerkelijke sfeer te houden. The Holy way of life. Alles wat je op een Belgische zender zou vinden hebben zij ook, maar dan met een kleine kerkelijke noot.

Tot zover mijn kort verslag over de kijkbuis, beste kijkbuisvrienden. Ik heb er hier zelf weinig toegang tot dus het is moeilijk er een uitgebreid verslag over te schrijven maar indien ik meer inside-information weet te veroveren zijn jullie de eerste die erover horen.
Nog een goeie maand te gaan en nog vele  verhalen te vertellen! Tot binnenkort!

vrijdag 2 maart 2012


Tijd om een nieuwe thematiek van de Braziliaanse taart aan te snijden. Vandaag zal Da Jane het hebben over het Braziliaanse (ietwat a-)sociale systeem. Het is een moeilijke stap geweest om het hierover te hebben, maar ik, en ik hoop jij ook, ga de uitdaging aan. Let’s do this shizzle.

De Braziliaan was vroeger makkelijk te categoriseren. Arm of rijk. Tegenwoordig is de middenklasse zich stilletjesaan aan het opbouwen maar de kloof is nog steeds erg groot. De ex-regeringsleiders profiteerden vaak van het belastingsgeld om zich een nieuwe auto, nieuw maatpak of facelift aan te schaffen… Het zwarte geld werd enkel zwarter en zwarter doorheen de vele jaren van corruptie en zo bleef de tijd jarenlang stilstaan. Vandaag de dag weerklinkt de stem van João-Pedro met de pet zachtjes in het straatbeeld. Niet iedereen laat zich nog omkopen tijdens de verkiezingscampagnes en beetje bij beetje wordt het duidelijk dat het volk moet opkomen voor hun rechten. De corruptie in Brazilië leeft maar bevindt zich gelijdelijkaan in een staat van ontbinding. Jammergenoeg zitten er nog heel wat geldzuchtige addertjes verdoken onder het weelderige groene gras.

Laat ik me eens wagen aan een kleine schets van hoe het sociale systeem hier in z’n werk gaat. Alle gezondheidszorg- en onderwijsinstellingen zijn opgedeeld in een publiek of een particulier patroon. Ben je ziek en heb je geen geld om een dokter te betalen, dan ga je naar het publieke ziekenhuis om 3u ’s ochtends en ziek je netjes alles uit in een ellenlange rij tot een publieke dokter 3 minuten de tijd neemt om je snel een voorschriftje voor te schrijven. Zo’n dokters zien ongeveer 15 à 20 patienten per uur. Ai meu Deus, chanceke dat mijn darmflorapillekes goed werken. Ook 6 maand-zwangere vrouwen zitten vaak in datzelfde rijtje te wachten op een bloedprikje. Uren later en waarschijnlijk veel zwakker dan binnengekomen lopen ze het dokterskabinetje uit. Amper buiten is de dokter hun gezicht alweer vergeten.

Nu had ik de kans om onlangs een uitgebreid gesprek te voeren met zo’n publieke dokteres. Ze had haar job ontvlucht en gaf nu les aan de universiteit. Ze zei me dat haar vroegere job een verschrikking voor de mensheid was. Ook al wou ze meer tijd doorbrengen met haar patiënten, zo liet ze enkel de andere patiënten langer wachten en het was al zo’n onbegonnen race tegen de tijd. Maar wél gratis en “toegankelijk”. Ze vertelde me dat het moeilijk is om in een publiek ziekenhuis te werken. De gemiddelde Braziliaan zorgt niet goed voor zijn gezondheid en gaat vaak pas naar het ziekenhuis in een vergevorderd stadium. Het is dan ook moeilijk om snel alles terug op zijn plaats te krijgen. Met alle gevolgen van dien. In de ONG waar ik werk kunnen de mensen wekelijks een afspraak maken met een dokter, particulier wel te verstaan, maar betaald door de ongie, m.a.w Zezeco. Het maakt het “toegankelijke systeem” voor hen heel wat toegankelijker. De kuisvrouw in het schooltje hier liep er gisteren wat sipjes bij. Ik vroeg haar of alles goed was en ze vertelde me dat er zopas bij haar zoontje van 12 een vergevorderde tumor in de hals was geconstateerd. Zijn hele lichaam deed pijn en hij gedroeg zich als een jongetje van 7. Ze stond voor een lange weg vol onderzoeken en behandelingen en wist niet hoe dat zou uitdraaien met haar kuisvrouw-loontje. Ze wachtte op Zezeco om te weten waar ze stond. Voorlopig nog geen nieuws.

Maar naast dit gewond gezondheidssysteem lijdt ook het onderwijssysteem hier zwaar onder het publieke gegeven. Heb je 4 kinderen én een portemonnee vol geld dan zend je ze naar een particuliere school waar je voor het eerste leerjaar ongeveer €75 inschrijvingsgeld per maand betaalt. Hoe verder ze gaan op school, hoe duurder de kosten, tenzij ze naar een publieke school gaan, want dan is het gratis. Aan de unief hanteren ze hetzelfde principe. Publieke universiteit is gratis, particuliere universiteit kost maandelijks bijvoorbeeld €200 voor economische richtingen, €300 voor een rechten-opleiding en €400 voor geneeskunde. Dat maal 3, 4 of 5 jaar maakt al een serieuze schoolrekening. Nu kunnen de meeste Brazilianen, en zeker hier in de Barra, zich geen particulier onderwijs permitteren. Met de consequenties daarvan kom ik dagelijks in aanraking. Gisteren gaf ik wereld-oriëntatie aan 2 meisjes van 11 die niet konden schrijven en amper konden lezen. Het is onmogelijk hun aandacht langer te trekken dan 2 volle minuten en nóg moeilijker om hen langer dan 1 minuut de snaveltjes te snoeren en te laten luisteren. De klasjes in hun scholen zitten overvol en zijn functieloos. Een investering in goed onderwijs is volgens mij en vele Brazilianen een van de grootste noden van dit gigantisch land. Samen werken we eraan.

In dit hele systeem van betalen of niet betalen zit volgens mij één gigantisch gat. De hardwerkende middenklasse betaalt in Brazilië 3O% van zijn inkomen aan belastingen. Ik hoor het u al zeggen, “dat is toch niets vergeleken met België!”. Daar hebt u volkomen gelijk in, maar als je ziet wat wij daarvoor terugkrijgen en wat zij daarvoor terugkrijgen , dan mogen wij niet klagen. Het is namelijk zo dat het belastingsgeld vooral uitgaat naar de betaling van de werknemers van het publieke systeem. Dat systeem wordt in de eerste plaats geconsulteerd door de armere, dikwijls “werkloze” en dus geldloze klasse. Heel wat individuën van deze “armere” klasse verdienen geld op straat door er fruit/eten/parkeerplaatsen/bikini’s te verkopen. Op die manier hebben ze toch een inkomen zonder daarop belastingen te betalen. Deze zwartwerkende straatverkopers leven dus van het belastingsgeld van de middenstand. Daarenboven komt nog eens dat de middenstand naast zijn belastingsgeld ook nog eens alle particuliere instellingen moet betalen om een ietwat aangenamere levensstandaard te kunnen opbouwen. Een dubbele taks dus in hun geval én geen enkele taks in het geval van de straatventers. Daarnaast gaat de andere helft van de belastingen vaak naar het spaarboekje van de politici en zo is het cirkeltje rond. Een zware opgave voor de hardwerkende belastingsbetalende Braziliaan dus.

Nu dit allemaal uitgeklaard is heb ik wel een uurtje strand verdiend, de lezers van dit alles trouwens ook maar dat zal voor jullie wat moeilijker zijn dan voor mij vrees ik. Het volgende onderwerp probeer ik weer wat lichter te houden. Hou jullie taai en tot in den draai!

Um abraço,
Janey!

dinsdag 28 februari 2012


De thema's beginnen zich hier op te stapelen dus ik maak er maar beter meteen werk van. Brazilië heeft namelijk heel wat om over na te keuvelen. Ik zou eigenlijk constant een lijstje bij de hand moeten hebben om, met het verloop der minuten van de dag, aan te vullen. Laat ons er at random eentje uit plukken om vandaag mee te starten... Trrrr, wat wordt het..., KATCHiiiiiiNG... en de winnaar is ... het onderweeeerrp: muziek!
De Braziliaan zweert bij zijn muziek. Hij, en met hem ik ook, staat ermee op en gaat ermee slapen. De exacte uren zijn gemakkelijk te volgen. Je hoort het wel... Alle maar dan ook álle muziek is hier in het Portugees. Ohnee, ik zou liegen, ik heb hier Adele haar "Someone like you" ook al door de straten horen knallen, die heeft zich ondertussen ook in elke kronkel van de wereldkaart gewurmd. Maar op die ene uitzondering na, geldt het pronomen álle! Nu is het wel zo dat de Braziliaan in de straat al eens een nummertje durft stelen van een buitenlandse artiest (het zou weer geen Braziliaan zijn) en dat dan onder eigen Braziliaanse noemer aan de grote man probeert te brengen. Zo heb ik hier al de Portugese versie van Carla Bruni's "Quelqu'un qui m'a dit" gehoord, zo ook "Kiss Me" van Sixpence Non the Richer, Lady Gaga, Rihanna, noem maar op... Ze hebben ze allemaal in een Braziliaans kortgesneden kleedje gestoken. Geen wonder dat ze hier geen woord Engels spreken, ze zijn haast nog erger dan onze Italianen.
Hetgeen mij ook steeds weer blijft verwonderen is de gekendheid van de teksten van zowat élke Braziliaanse hit. Voor mij lijken ze allemaal op elkaar. Is het nu Samba, Pagode, Fogo, Frevo of Aché... De Braziliaan gaat uit zijn dak en zingt naarstig mee. Ze kennen elk woord van achter naar vanvoor en van boven naar vanonder én als je ze vraagt of dat een recent liedje is dan antwoordt die ene tiener naast je: "Nee, dat liedje is zeker al 20 jaar oud!" Maar vraag ze niet of Brazilië buurlanden heeft want dan slaan ze aan het twijfelen.
Hetgeen mij ook matenloos fascineert zijn de auto's hier. Als ze er al ene hebben dan komt die standaard met een gepimpte koffer vol ingebouwde megamaxistereoketens. Het logische gevolg is dat de auto vaak geparkeerd staat in de straat of in de garage met de kofferbak wijd open en de Braziliaanse ritmes eruit knallend als een vuurpijl uit een vuurpijldoosje. Ze staan overal en zijn onontkoombaar. Over dat pijltje moet ik het trouwens ook nog eens hebben. Die vuurpijlen zijn hier razend populair. Ze worden gebruikt bij elk feestje, is het nu Carnaval of Pasen, laatmaarknallen.br. Als mijn gehoor tijdens Carnaval dus nog niet vermassacreerd was van de oorverdovende muziek dan heeft die grapjas met zijn vuurpijl naast mij in het publiek daar alleszins wel verandering in gebracht. Maar nu, terug even ter zake. MUZIEK!
Zoals jullie misschien wel al verwacht hadden zijn de Braziliaanse muziekstukjes iets heter dan in ons koude Belgenlandje. Correct! Ze hebben hier ook gewone liedjes die gaan over de vurige hartstocht, maar over het algemeen tocht het eerder in de broek als je de meeste liedjesteksten hier mag geloven. Zo kan ik enkele voorbeeldjes geven van op dit moment zeer populaire liedjes: “Vrouwenversierder die ik ben, ik ben alweer papa!” (trouwens een waarheid als een koe, de meeste mannen hier hebben kinderen bij 3 verschillende vrouwen), “Meisje we gaan dansen en daarna gaan we po*pen” (vrij direct maar als je kindergroei hier bestudeert, wel behoorlijk efficient), “Donker meisje met blauwe ogen, ik wil je pakken!” (ik blijf best nog even uit de zon weg me dunkt)… en dan natuurlijk het alombekende “Ai se eu te pego” wat er schoon vertaald op neer komt: “Ai als ik je neem…”. Laat onze kinderen dat maar meezingen dus, en als ze vragen stellen, zeg maar dat ze in Brazilië vooral communiceren via lichaamstaal. Op school leren ze dat lichaamstaal ook zeer belangrijk is of vergis ik me?
Over de verspreiding van illegale cd’s had ik het in mijn vorige blog al gehad dacht ik, dus daar moet ik het al niet meer over hebben. Nog even ter verduidelijking, ik heb er zelf nog geen aangeschaft want piraterij is een misdrijf en ’t zou maar weer die ene buitenlander zijn die ze beslissen van eens goed de les te spellen he. Ik ken dat kluchtje al (mopje had geen goeie explosieve klank, dus even overgeschakeld naar mijn West-Vlaamse vocabulaire). Met de politie wil ik hier liever enkel in contact komen als ze naar mijn lessen aardrijkskunde komen in de ONG, voor de rest mogen ze ter plaatse rusten van mij, zoals ze bezig waren dus.
Om even te parafraseren. Muziek is erg belangrijk voor de gemiddelde Braziliaan. Het helpt hem zijn dag goed te besteden. Want zelfs als hij niets te doen heeft, dan is hij nog steeds muziek aan het luisteren. Muziek, de nectar van zijn trommelvlies, het brengt hem op ideetjes, het laat hem fluiten in de straat. Neem je dat weg, dan wordt die illegale straatverkoper een doodnormale dakloze, dan wordt mijn 70+ buurman met gepimpte kofferbak een mannetje wachtend op het einde der dagen, dan worden de meisjes hier misschien pas moeder op hun 25ste. Kortom, een eerder Europees leven. Ik wil niet gezegd hebben dat de Braziliaanse maatschappij volledig te wijten is aan hun muziekcultuur , want dan laat ik de kracht van de telenovela volledig buiten beschouwing, maar het helpt de boodschap alleszins wel te verspreiden. Maar als ik heel eerlijk mag zijn, muziek geeft hier vooral de vreugde van de mensen weer. Ze hebben niet veel maar zijn hier toch gelukkig. Ze dansen en ze zingen, is dat nu met 2 of met 6 kinderen van 1 of van 4 verschillende moeders, so be it. Ze stappen uit hun huis en plonsen de voet in hun afvoerputje dat door de straten gedweild wordt, maar ze neuriën een wijsje en kijken de andere kant uit. Ze verkopen hun geplukte kokosnoten in de blakerende zon, lachen vriendelijk, bedanken en denken stilletjes: “Ai se eu te pego”. En iedereen is gelukkig.
MAAR 1 DING MOGEN ZE VOOR MIJ TOCH WEL LATEN EN DAT IS AAN DIE VOLUMEKNOP DRAAIEN OM 4 UUR ‘S NACHTS WANT DAN KAN IK NIET SLAPEN!

Vele groetjes,
Janey

zaterdag 25 februari 2012


Nu Carnaval achter de rug is, lijkt de rust in Barra teruggekeerd. Het is hier nu wel extreem kalmpjes! Aangezien we nog steeds de week na Carnaval zijn, blijven de mensen thuis in plaats van naar de les te komen. Ze nemen nog een extra paar dagjes vrijaf, ook al kunnen ze hierdoor hun plekje in de klas verliezen. Carnaval praat alles goed... Het is hier nog steeds snikheet en mijn arme witte huidje geraakt maar niet gewend aan de felle zon. Deze week nog had ik last van zonne-allergie. Hoe veel zonnecrème kan een mens smeren?
Nu ook míjn dagelijkse bezigheden geminderd zijn ben ik van plan jullie wat meer in te lichten over het reilen en zeilen van de gemiddelde Braziliaan. Zo zal ik vanaf heden mijn blog een eerder thematische vorm geven. Laat ons beginnen met een interessant onderwerp, iets wat ongetwijfeld iedereen aanbelangt: het kleinste kamertje.
Al sinds ik in Brazilië toegekomen ben vond ik dit kamertje hier uiterst interessant. Je gaat er binnen en gaat op de bril zitten en je zakt weg... De bril is hier namelijk een luchtbril. Precies een geluidsloos scheetkussen, zéér toepasselijk. Het is eigenlijk wel een aangename manier om je zaakje te doen vind ik persoonlijk. Hij is niet koud bij een nieuwe start en best zacht. Als het een beetje langer duurt dan verwacht staat hij ook niet in je billen gegraveerd én bij het rechtstaan blijft hij er trouwens ook niet aan plakken. Alleen maar voordelen dus. Wat ik wél jammer vind is de kleur. Ik heb hem hier enkel nog maar in het grijs gezien. Moest het aan mij liggen zou ik hem alle kleurtjes van de regenboog geven, zo krijgt je derde oog ook nog eens wat lichtschakeringen te zien.
Een tweede element dat wat aandacht verdient is het vuilbakje. Je wordt hier overal verwacht je gesigneerd papiertje erin te gooien, geen mens weet waarom. De potten hebben hier een goeie zuigkracht en het papier is verteerbaar. En toch gaan ze hier steevast voor vochtverbroedering in het vuilbakje. Maar ik ga ertegenin. Mijn papiertje stuur ik naar goeie gewoonte samen met de rest van de blijde boodschap richting zee. Het zou misschien wel leuk kunnen zijn om eens een Europees plakje in het bakje te hebben, maar na al die rijst en bonen hier krijg ik spontaan de neiging alles met water door te spoelen. Ik voel me trouwens ook niet genoodzaakt een vergelijkend onderzoek te doen bij elk toiletbezoek, dus hoe verder ik van dat schijtpapierbakje verwijderd kan blijven, hoe beter.
Een laatste interessant onderdeel is de sjasbak. Die staat bovenaan de pot. In België vind je dergelijke exemplaren uiteraard ook nog wel, maar deze hier heeft standaard een gebroken wit touwtje dat smeekt om aan getrokken te worden. Ik zeg gebroken wit, omdat het ooit sneeuwwit moet geweest zijn maar dat sneeuwkristalletje moet onderweg ergens gebroken zijn en veranderd zijn in een modderkluit. Dat is dan meteen ook meestal de actuele kleur van het touwtje. De vraag die ik me telkens weer stel is bijgevolg: "Waar trek ik het best aan het touwtje om geen infecties op te lopen?" Tot nu toe meen ik steeds juist getrokken te hebben want al mijn vingers hangen er nog aan en ik voel me nog steeds goed.
Een ander onderwerp dat ik vandaag zou willen aankaarten zijn de tweewielers. Hoewel ze maar twee wielen hebben vervoeren ze hier dikwijls 3 personen. Dat geldt zowel voor fietsen als voor brommers en motors. Geen vuiltje aan de lucht, zo vindt ook de politie. Die staan erbij en kijken ernaar. Naast deze 3 personen kunnen dikwijls ook nog heel wat andere zaken vervoerd worden. Zo zag ik al eens een computerbak, een frietpot en een baby achterop de moto. Uiteraard niet alle 3 tegelijkertijd.
Er rijden hier ook overal straatverkopers met een kar vol CD's illegaal gedownloade muziek rond. Die verkopen ze dan voor 2.5 Euro. Een koopje, al zeg ik het zelf. Deze mobiele piraterijschepen vallen ook nog steeds onder de tweewielers. Ze rijden hier de hele dag rond, en als de nacht valt en de mensen gaan slapen, komt hun piratenvlag boven en gaan ze weer plaatjes stelen en op een schijfje branden. De politie rijdt voorbij, knikt het hoofdje bij het horen van hun favoriete song en kijkt de andere kant uit, want zolang er niet gevochten wordt houden zij zich er netjes buiten.
Mijn laatste thematiek van de dag hoort bij het op toepasselijke wijze bij de dag die op zijn eind komt, zoals ook bijna dit blogbericht. Ik zal het voor het slapengaan nog even hebben over de Braziliaan die slapen gaat. Dik tegen alle verwachtingen in zijn Brazilianen helemaal niet zo’n nachtwachters als ik had gedacht. Ze kruipen tijdig onder de wol en beginnen de dag op tijd en stond, soms al om 5u ’s ochtends. De kinderen van de basisschool zitten al om 7u achter de schoolbanken en de meeste winkels gaan hier open om 8u. Vroeger dan in België dus. Van het nachtleven hier heb ik trouwens ook nog niet echt veel mogen meemaken. De meesten van mijn vrienden hier staan niet te springen om ’s avonds een pintje te gaan pakken of een stapje in de wereld te gaan zetten. Op het einde van de vermoeidende zonbestraalde dag is de Braziliaan moe en wil hij in z’n bedje kruipen. De man van de pousada waar ik woon komt dan ook elke nacht rond 23h30 speciaal uit zijn nest om mij binnen te laten. De wereld op z’n kop.
23h30 nadert en dus hoor ik m’n nieuwe kamer al roepen. Morgen is zondag en dan is de Ongie gesloten, geen internet, geen collega’s, geen boeken… enkel me, myself en het strand. Als ik dat maar overleef. In geval van geroosterd , aangebrand en niet meer in staat om nog blogberichtjes te typen. Het is een aangename tijd geweest. Aan de trouwe lezers, stuur mij gerust een update met jullie dagdagelijkse bezigheden. Ik hou ervan om jullie nieuwtjes te lezen!
Dikke zoenen,
Da Jane!

woensdag 22 februari 2012

Het is alweer éventjes geleden dat ik nog wat van me laten horen heb maar ik heb een goed excuus genaamd CARNAVAL! Het was een drukke maar o zo leuke week. Tot gisterenavond dan toch, maar dat verhaal komt later beste lezer. Ik zal beginnen waar ik de vorige keer geëindigd was, want zo gaat dat bij een blog. Vorige week donderdag gaan waterskiën. Mijn beentjes staan er nog strak van. Het water in de zee daar smaakte zout inderdaad, het maakte het dorstige weer nóg dorstiger.  José Nicolau, de eigenaar van de NGO waar ik werk had me geïnviteerd voor een ritje te water. We gingen richting praia de Gunga, een strand vlakbij Barra de São Miguel, nuja vlakbij... Eén klein detail was hij me haast vergeten zeggen, ik moest er naartoe skiën, zij gingen te boot. "Je moet elke dag van je leven iets nieuws uitproberen" zei hij me, en met die wijze woorden deed ik moedig mijn reddingsvestje aan. In het begin had hij me goed liggen, letterlijk dan. Van rechtop staan konden enkel de toeschouwers op het strand vlakbij praten. Nicolau vertelde me tot in de puntjes wat ik moest doen, maar ik kreeg géén demonstratie. Toch een halfuurtje water gehapt. Daarna besloot hij met zijn 69 jaartjes even te tonen hoe een man met naam de beentjes strekt. Ik was erg onder de indruk. Hij moet het wel erg goed gedemonstreerd hebben want daarna ging het als niets, of laat ons zeggen in ieder geval beter. Ik deed een paar toertjes op het wateroppervlak en zette mijn ski tenslotte in een hoek richting Gunga. In 1 vlotte rit daar aangekomen viste Nicolau een oesterboertje uit het riet die ons voorzag van wat lekkers. Oesters met lemoen en een beetje olijfolie... Njammie njammie, zo maken ze ze bij ons niet. Na het prachtige praia de Gunga voeren we terug richting Barra. Zij alweer te boot, ik te ski. Deze keer wou ik slalommen, de mensen die mij een beetje kennen weten dat ik dikwijls beweer de zotste truukjes aan te kunnen na een korte initiatie. Laat ons zeggen dat Nicolau mij die dag wat beter leerde kennen. Tot vervelends toe mocht hij steeds weer het bootje keren om op de ene plek een ski uit het water te vissen en op een andere mezelf en mijn eergevoel. Het slalommen laat ik ondanks het grote talent dat ik ervoor bezit dus nog maar even achterwege.
Nadien besliste ik van de gelegenheid gebruik te maken om hem te vertellen dat ik het gevoel heb dat ik méér kan doen in de Ongie. Hij is tenslotte de baas en ik dacht mezelf eventjes te verkopen. Na een strategisch gesprek besliste hij dat ik volkomen gelijk had. Wanneer niet he? Toen ik 's avonds op de Ongie kwam stonden opeens alle collega's klaar om met mij een les samen te stellen. Het is dus nóg maar eens bewezen, in Brazilië geraak je nergens zonder de juiste contacten, zelfs niet in een NGO :) .
Later die avond nam ik de laatste bus richting Maceió. Ik zou er bij een collega blijven slapen om bij de morgenstond de bus naar Recife te nemen. Zo verliep het inderdaad en om 4h30 voerde Klebison mij alweer op zijn mototaxi naar het station. 6 saaie busrituurtjes later kwam ik aan in Recife. Het goot er water, maar zelfs water kan Carnaval hier niet in het sop  laten vallen. De Braziliaan danst moedig en zonder smeltvrees verder. In Recife had Nicolau voor mij een slaapplaats geregeld bij een goeie vriendin van hem. Ze had 3 kinderen van mijn leeftijd en een appartement met zicht op zee. Hij zei dat ik hem erg deed denken aan die vrouw en dat het zonder twijfel zou klikken als tussen een wijsvinger en een muis. Hoe kon ik zo'n voorstel afslaan? Via couchsurfing had ik trouwens al enkele connecties in Recife. Ik wou per sé daarheen en ook naar Olinda (vlakbij Recife) met deze dagen van overdaad omdat velen me tijdens mijn reis al verteld hadden dat dit het beste Carnaval van Brazilië was. Rio is duur en overbevolkt, als je er mee wil doen in het feestgedruis moet je een duur ticketje kopen, voor een plaatsje in Sambodromo tijdens het défilé van de Sambascholen betaal je gemakkelijk 1000 Reais ( ong. €450). Salvador heeft ook lekker Carnaval maar ook daar wordt je portemonneetje geplunderd. Recife heeft Carnaval overal en rondomrond, gratis maar zeker niet voor niets. Olinda (letterlijk "Oh mooie stad") heeft de beste verkleedpartijtjes. Alweer, voor wie mij een beetje kent, you say "verkleedpartijtje" you say Da Jane ;) .
Ik werd er warm ontvangen en ging met familiegezelschap én familie-outfit richting Galo da Madrugada, dé openigsstoet van Carnaval in Recife. Elk jaar fabriceren ze op 1 van de vele bruggen daar een gigantische haan speciaal voor dat feest, cfr. facebookfoto's. Eduarda, het nichtje van Lavinia bij wie ik verbleef, klampte een journalist aan in de straat en zo werd ik live op TV geïnterviewd als Belge in Recife voor Carnaval. De man vroeg of ik aan het genieten was van Carnaval en hij verbleekte eventjes toen ik "nee" antwoordde. Ik had even het gevoel hem een hartaanval te hebben bezorgd met mijn slecht mopje en herpakte me dus door te zeggen "tuurlijk wel, is het mogelijk je niet te amuseren hier?", vervolgens ging zijn bloed weer stromen en smeerde ik hem subtiel richting feestgedruis.
Eduarda en fam. hadden connecties en konden tijdens de praalstoet binnengeraken op het 4de verdiep van een gebouw recht tegenover de plaatsen van de gouverneur van Recife. Say whaaat? Vandaar boven hadden we een prachtig zicht op de menigte. De straten waren beladen met feestgangers, er was geen straatsteen meer vrij! De mama's van de familie hadden voor lekkernijtjes gezorgd (rauwe bonen, gekookte bonen...) en er was bier en een toilet ter plekke. De passerende trio's (voor nieuwe lezers: dit zijn de carnavalswagens, vergis je niet!) zorgden voor genoeg muziek tot bovenaan het gebouw. We waren af en toe eens beneden gaan meegenieten van de beestenmassa maar toen het té druk werd gingen we weer naar boven. In die korte tijd had ik trouwens een regenvestje of 10 kunnen verzamelen. Ze delen ze daar uit alsof het snoepjes zijn. De slogan geldt dan ook simpelweg: "In geval van poeperij, gebruik een regenvestje!". Ge gaat nie zeggen da je 't niet begrepen hebt he. Terug boven stak ik mijn rubbertjes naarstig weg met als plan in het achterhoofd ze uit te delen eens terug in de Barra. Daar lopen namelijk nogal wat bezwangerde tieners rond en ik kan ze hier toch niet gebruiken, tenzij ik mijn kamer wil versieren met ballonnen.
Ik was geshockt toen ik een groep van 10 gewapende politieagenten zag uitrukken en in het wilde weg zag kloppen op enkele jongens, tot bloedens toe. Het was voor het politiecorps blijkbaar ook feest want ze leken zich te amuseren. Ik mocht dat onschuldig geknuppel nog een paar keer aanschouwen, soms zonder enige aanleiding. De drank en de zon lieten de gemoederen misschien wel wat verhitten tussen sommige warmbloeden maar de manier waarop de politie te werk ging was beestachtig. De familie keerde huiswaarts en ik bleef achter met Eduarda and friends. We dansten frevo in de gietende regen en dronken skollekes (plaatselijk bier) om de dag goed af te sluiten. Het was een adembenemende ervaring  geweest, Carnaval in Brazilië, heel wat nieuwe dingen gezien. Zo zag ik in de regen een kerel met de benen open staan temidden zijn groepje vrienden  en temidden de straat. Langs zijn benen liepen er enkele straaltjes vocht, regen dacht ik. Na een minuutje greep hij zijn biertje, opende de broek en spoelde het een en het ander weg. Verdacht, maar mijn Real was nog niet gevallen. Toen ik een halfuurtje later een vrouw in de menigte hetzelfde zag doen besefte ik wat er aan het handje was. Sommigen plassen hier gewoon de broek vol en spoelen het zeiksel weg met wat bier. Alcohol ontsmet inderdaad maar ge moet dat zinnetje nu ook niet gaan uitmelken vind ik. Brasiiiil!
De volgende dag ging ik met Lavinia naar Olinda. Ik had al veel verhalen gehoord maar wist niet goed wat ik moest verwachten. Het stadje was alleszins prachtig! Toen de toestroom van carnavalspakjes plaatsvond kon ik niet stoppen met lachen. De mensen in Olinda waren rasechte carnavalsgangers. De leukste outfits die ik ooit gezien heb, en zo inventief! Ook al ben ik in België de eerste om mij te verkleden, daar stond ik temidden mijn gelijken, zonder pakje! Misschien nog een geluk bij een ongeluk want op die manier kon ik op mijn gemakje foto's nemen van mijn helden. De straatjes van Olinda waren heel erg steil en de bloco met muzikanten moesten dus bergaf, maar zo moeilijk is dat niet he, zeker als alles wat gesmeerd loopt. Het was een drukke maar hilarische bedoening. Mijn rechtervoet zette een stap met die van de persoon voor en die achter mij en zo ging dat voor mijn linkervoet ook. Je kon er op de koppen lopen! Lavinia was haar ex-lief (hij was 60) tegen het lijf gelopen in de straten en hij daalde mee af. Zijn lichaam was misschien oud(er) maar hij schreeuwde nog het luidst van allemaal. Was het de dreupelkes of zijn Hollandse roots, Kees mag het weten maar hij had zijn oranje feestneus op. Toen het zonnetje onderging bleef ik alleen met hem achter. Hij had nog zin in een feestje zei hij. De zoon van Lavinia had me wel gewaarschuwd voor zonsondergang in Olinda. Blijkbaar kunnen de jongens daar zich dan al eens vergissen van mond of van hapje. Met Carnaval heeft niemand hier trouwens een lief, schrijft de regel voor. Gelukkig had ik mijn opa bij de hand, of liever, had hij mij bij de hand vast. Alle mannen die nog maar in mijn richting keken kregen meteen het antwoord: "ge moet er nog nie eens aan denken, vriend!". Haha, een beetje  genant maar wel praktisch :) . We liepen verder door de frevo-straten toen ik plots mijn broek voelde lichter worden. Ik keek in mijn rechterzakje en zag niets. Bizar, daar zat normaalgezien mijn prehistorische gsm. Ik keek rechts van mij en zag een Braziliaan het hoofdje schudden en de lipjes krullen. Zijn naam was haas en hij wist van niets zeker? Ik greep hem in een vlaag van colère bij de broek en beval hem mijn walkie-talkie terug te geven. Dat ding had al een rivier overleefd en meerdere ongelukkige valpartijen, die boef verdiende zo'n pareltje niet! Hij haalde z'n blauwe mobieltje boven en zei dat hij van niets wist, maar deze gringa liet zich niet zomaar afborstelen. Ik greep naar zijn zak (BROEK... zak!) toen een ander zich ermee kwam mee bemoeien, ik zei dat ik, was het nu gestolen of eventjes geleend, mijn gsm terug eiste en de kerel zag mijn dat ik desnoods mijn tanden in het hele zaakje zou zetten. De tweede man haalde mijn gsm tevoorschijn en zei dat hij 10 Reais wou om mij geholpen te hebben. Ik greep mijn gsm maar werd achtervolgd door de "redder in nood". Mijn gepensioneerde wou hem afwimpelen maar dat was niet zo simpel. Tot 2 maal toe kwam de kerel terug om geld vragen, ook al wisten we dat híj míj bestolen had. Later zei hij dat hij opa kon vermoorden als hij dat wou maar we kregen hulp van de menigte en hij droop af. Door de adrenalinestoot was ik vergeten hoe gevaarlijk het hier wel kan zijn om tegen een boef in te gaan. Ook al was hij waarschijnlijk meer geschrokken van mijn actie dan ik van de zijne... De volgende keer laat ik mijn bakje gaan, ondanks de nauwe band die ik ermee heb. Het leven is al zo kort, ik wil het niet nog wat inkorten.
Maandag gingen Lavinia en ik met haar yoga-leraar en zijn hollandse vrouw op stap naar het Carnaval van de Maracatú, in de krottenwijk van Olinda. Zoveel kleur en wat een zalige kostuums. Maracatú is een hele traditionele manier van carnaval vieren. Een mix van tradities van de oude Indiaanse stammen en de Afrikaanse slaven. De gigantisch gekapselde strijders verdedigden de koning en koningin van hun stam door rond te draaien met een stok en met wat koebellen op hun rug. Te midden dat alles liep ook nog een vrouw met een paard tussen de benen en een bedelende dorpsgek. Heel erg grappig om te zien. Na een kleine yoga-initiatie later die dag ging ik nog uit in Recife Antigo met wat couchsurfers en zag ik het concert van Seu Jorge, een ex-dakloze die ontdekt werd op straat en nu alle harten van de Brazilianen én ook van mij heeft veroverd. Ik kende hem al van in België en was zóó blij hem eindelijk eens live aan het werk te zien. Z'n band was ook verkleed en ze gingen goed uit de bol.
Gisteren keerde ik terug naar Maceió. Net voor mijn terugreis nog een couchsurfende Belg ontmoet in Olinda. We hadden al tijdens het hele carnavalsgebeuren proberen afspreken maar het was ons nog nooit gelukt. Hij werkte de helft van het jaar in Olinda en de andere helft in Senegal. Hij zat er in de immobiliën en Carnaval was dé periode om zaken te doen.
Toen ik in Maceió aankwam hielp ik er een gestrande Italiaan. Hij zou de dag erop een meisje ontmoeten die hij op facebook had leren kennen. Hij zocht enkel nog een plaats om de nacht door te brengen. Ik nam hem onder mijn vleugels en hij kwam mee naar de Barra waar hij in de pousada een kamertje huurde. Ik wist wel niet wat ik zag toen ik terugkwam in mijn kamer. VOLLEDIG LEEG! Alle posters van de muur, er was niets meer! Ik ging naar beneden en vroeg wat er gebeurd was. De kotmadam zei dat ze mij een grotere kamer wou geven en dat ze dus haar dochter had bevolen al mijn spullen op te ruimen en in een kartonnen doos te steken. Ik voelde mij geschonden in mijn privacy en zei haar dat kartonnen doosje alles voorstelde wat ik hier heb in Brazilië. Ik wist dat ze mijn kamer had verhuurd ook al zei ze van niet. Ik betaalde ook voort tijdens mijn verblijf in Recife dus ging ik onderhandelen. Ze had tenslotte de foto's van mijn liefje van boven mijn bed gehaald en de tekeningen van mijn nichtjes van de muur. Ergens trek ik de grens. Ik zei dat ik het geld dat ze verdiend had met mijn kamer tijdens Carnaval van mijn betaling de volgende maand zou trekken maar na heel wat Braziliaans gebrabbel heb ik genoegen genomen met een grotere en betere kamer, mét plafond. Ik was al de straatgesprekken ondertussen wel meer dan beu en na de luxe-kamer in Recife leek de gedachte aan 5 keer wakker worden per nacht door straatbagarre en muggeprikken weer zoveel minder aangenaam! Ondertussen is de wind gaan liggen en zijn de gemoederen bedaard. De Italiaan is vertrokken  met zijn Braziliaanse en de Sambaschool Tijuca heeft het Carnaval in Rio gewonnen. Morgen gaat de NGO ook weer open dus het normale leven begint hier opnieuw. Ook al is het volgende zaterdag weer bloco in de straat.
Ik moet nu gaan want mijn maag is ondertussen zo groot als een knoopsgat en mijne muggespray is zoek. Ik heb trouwens het voornaamste wel verteld nu in dit Braziliaans halfuurtje :). Veel plezier bij de opwarming van Europa en tot in den draai!

Beijinhos,
Janne!

dinsdag 14 februari 2012


Zaterdag was een feestje. Ik ging 's avonds met de muziekleraar van Pense Brasil naar Maceió om er een optreden van zijn band te zien. Vibraçoes (Rasta) is de naam, ze zijn te vinden op YoubiTubi zoals ze hier zeggen! Eerst gingen we naar Klebson z'n huisje. Hij woonde er samen met 2 van de bandleden. Het was een klein gammel ding in een arme wijk in Maceió. Het was er desalniettemin wel gezellig vertoeven. Ook al moesten ze die avond nog een concert geven, ze hadden precies alle tijd van de wereld. Klebson nam me mee op zijn motor naar het huisje van de voornaamste bandleden. Daar stond een middelgrote tourbus op ons te wachten. Ik ontmoette de rest van de rastafari en ze gaven me  10 cd's van hun band, om eens terug thuis de rasta-boodschap te verspreiden. Ze hoopten zo misschien ooit in ons kleine Belgenlandje op het podium te kunnen jammen. Take a chill-pill! Ik vertelde ze over Reggae Geel en de oogjes gingen fonkelen. Ze hebben hier enkel twee grote festivals: Rock em Rio in Rio de Janeiro en SWO in São Paulo. Die eerste is het grootste festival ter wereld en ontvangt elke editie net geen 1.5 miljoen festivalgangers!!!!!! Ongelooflijk. Daar kan onze Rock Werchter nog een puntje aan zuigen, maar ik heb gelezen op het internet dat ze met dat zuigen druk bezig zijn. Om 11h moesten we toch vertrekken zei Klebson want rond 1u ging de band spelen. Chill, no stress! Wij gingen met de motor zodat hij me 's avonds nog naar huis kon brengen, de rest van de band ging met de bus, de negga's of brothers  (zoals ze elkaar noemen) werden allemaal individueel opgepikkerd aan hun rastahut zodat ze elkaar tijdens de rit konden helpen relaxen. Uren later, toen was het ongeveer 4u 's ochtends, begonnen ze aan hun set. Het was feest en total Rasta-vibrations. Ik haalde de zon uit haar bedje en nam haar mee up the road. Toen haar straaltjes de haan z'n keel deed kriebelen kroop ik onder mijn dakpannen en sliep het klokje rond. Ik werd wakker door té veel muziek in m'n straat. Toen ik beneden kwam zeiden de meisjes van de pousada dat er alweer een bloco de carnaval door de straten rolde. Ik pakte m'n zak en vertrok op verkenning. Een collega op straat vertelde me terug te keren en m'n camera te halen. Wat een geluk! Tscheen een drag-queen-bloco te zijn. Ai Jesús, wat een grappig zicht. Opa's, papa's en vele jonge Braziliaanse macho's, van de eersten tot de laatsten verkleed als vrouwen. En wat zagen ze er sexy uit. Met baard en snor en valse wimpers. De droom van elke man... Geen zorgen, ik heb foto's, voor elk wat wils...  voor hen was 't vooral wat pils. De avond eindigde in een verkiezing van de prachtigste straffe tiet gevolgd door een echte drag-queen-show. Zijn/haar haar verkende alle hoeken van de straat. Voor ik terug in mijn kamertje belande kreeg ik er nog een nieuwe familie bij en een klein zusje dat me leerde samba'en. Ze inviteerden me voor een groot diner de middag erop bij hen thuis. Ik ging akkoord en ging richting Bedlehem. De volgende dag, om 11u zoals afgesproken, geen mens te bespeuren. Om 12 uur een hulplijn ingeschakeld en tenslotte om 12h30 uit pure miserie dan maar met collega's gaan lunchen. De dag daarop mijn "familie" weer tegen het lijf gelopen die me vertelden dat ze me overal hadden lopen zoeken maar dat ik nergens te vinden was. Ik zei dat ik zoals afgesproken om 11 in de NGO zat, daar hadden ze gezocht zeiden ze... Om 12h. Ik was er om 12h. Ahnee om 13h dan... Ik was e... Euhm ik bedoel om 14h. Ok, twerd me al snel duidelijk dat Brazilianen veel beloven maar weinig doen. Dezelfde kerel had me uitgenodigd om de dag erop met een hele groep te gaan zwemmen op een prachtig strand hier in de buurt. Hij zou me komen oppiken om 7h. Een halfuur later was hij met iemand aan het overleggen en toen hadden ze het al over deze week. Een uurtje later bracht hij het onderwerp nog eens op en toen was het al voor ná carnaval. Het chronisch uitstelsyndroom is onze Braziliaanse middenman niet geheel onbekend.
De laatste dagen weer les gegeven aan de kindjes. Ik vertel hier vooral met beeldmateriaal over de wereld, over de verschillende godsdiensten, over de dingen die ze zeker eens moeten gezien hebben, tenminste op foto. Vandaag had ik het ook over de sneeuw in België en over de Damse vaart. Ik toonde foto's van onze koning en koningin en de prinsen en prinsessen. De kindjes keken me stomverbaasd aan. Alle meisjes zeiden spontaan "Oooooooooh wat is ze moooi!" over Mathilde. Ze konden amper haar gezichtje zien, maar ok!
Voor de rest gaat alles hier goed in Barra. Ik geef minder les dan ik verwacht had, elke dag een uurtje of 2, maar hang wel de hele dag rond op de Ongie. Het leven is hier ook zo verschrikkelijk kalmpjes, en de Brazilianen vinden het héérlijk! Een beetje werken, een beetje luieren, lekker vettig eten en 's avonds op straat wat kuieren. Het is wel leuk moet ik zeggen, maar toch is het soms moeilijk te zien dat ze hun arme toestand zo makkelijk aanvaarden. Ze hoeven hier niet veel te werken om gelukkig te zijn, zoveel is duidelijk. Overlaatst was ik aan het dansen in een bartje vlakbij mijn straat. Plots ging een straatlamp uit. Ik keek en zag dat een frietjesverkoper met een lange ijzeren staaf elektriciteit probeerde af te tappen van het netwerk. EXTREEM GEVAARLIJK! Die man had het uiteraard nog vaker gedaan en hij slaagde er zonder veel probleem in zijn frietvetkarretje aan te sluiten op de lopende elektriciteitsdraden maar zoiets maak je bij ons gewoon niet mee. Ik stond gisteren ook in de rij bij de post. Amper 3 man voor mij en een halfuur moeten wachten. Ik dacht dat ik er met mijn kaartjes snel vanaf zou zijn, niets was minder waar! Toen het eindelijk aan mij was haalde ik het énige kaartje boven dat richting Spanje moest gaan. De arme kerel kreeg waarschijnlijk zijn eerste kaartje richting Spanje op zijn ontbijtbord. Maar liefst 7 postzegels moesten erop, 3 verschillende types. Chanceke dat ik klein geschreven had. Daarna nog twee keer afstempelen en ready to go, dacht ik! Ik durfde haast niet om me kijken maar toen ik het toch deed zag ik dat het kleine postkantoortje vol stond. Mijn warmte-uitstotende rooie hoofd werd nog roder. Ik kon niet snel genoeg het kantoortje verlaten. Dat deed ik en ik ga er in de eerste weken niet meer binnen. Ik denk dat de volgende update voor ná carnaval zal zijn, tenzij ik ervoor of tijdens nog een gaatje vind.
Ik hoop dat de studentjes goeie resultaten mogen verwelkomen en dat de snowboardjes weer hebben kunnen genieten van hun weekje buiten de kast. Veel plezier terug tussen de schoolbanken!
Beijinhos,
Djannie

vrijdag 10 februari 2012


Dag beste kijk- en luisteraars,
Alles goed met jullie? Hier alweer 't ander en ook het één meegemaakt. Ga maar zitten in je stoeltje, en maak het je gemakkelijk. Het zal hier nog gezellig worden. Erewoord.
Waar was ik gebleven? De tijd gaat hier zo snel. Dagelijks volg ik hier lessen samen met de kindjes. Soms interessant, soms shockerend. De kinderen hier kennen Barra zeer goed, en daar blijft het meestal ook bij.  Woensdag was ik meegeweest naar een bedoening in een dorpje hier een tiental kilometer verderop. De schoonmoeder van Zézeco had me meegelokt met het zinnetje: "En over de middag eten we dan rijst met bonen". Ok, dat is gelogen, dat was eerder de reden waarom ik even getwijfeld heb om mee te gaan. Het ging om een dorpje, genaamd Palateia, vol oesterboeren (ostracultores). Het dorpje lag niet aan de zee maar wel aan een meer met zout water. Zo zijn er hier wel meer :) . Alagoas (de naam van de staat) verwijst dan ook naar de vele lagoas (meren) die ze bezit. Zézeco's schone moeder had me de situatie een beetje uitgelegd vooraleer we er heen gingen. Het dorpje ligt erg afgelegen en is nog véél armer dan de Barra. Ze hebben er ondertussen wel water en elektriciteit maar wanneer je het dorpje binnenrijdt begrijp je dat dat niet op kan tegen de luxe die wij gewoon zijn, zelfs in de Barra. Begrijp me niet verkeerd, de mensen daar zijn erg gelukkig. Ze hebben niet het gevoel dat ze iets moeten missen, ook al lijkt dat voor ons wel zo. Het plan van de dag was om oesterbanken in elkaar te knutselen, zodat ze meer konden produceren. De organisatie die zich met die boeren bezig houdt is een organisatie die gesteund wordt door Pense Brasil, oftewel, die geld krijgt van Zézeco. Al het materiaal voor de oesterbanken werd dan ook betaald door hem. De rest van hun objectieven is om de signalisatie naar het dorpje op poten te zetten zodat meer mensen de weg ernaar toe vinden om hun lekkernijen te kunnen kopen, én om de communicatie tussen het dorpje en de buitenwereld beter te maken. Na de uitleg was ik klaar om aan de dag te beginnen dacht ik, we reden steeds verder van de bewoonde wereld weg, richting bomen, struiken, bebost gebied en zandweggetjes. Na een paar moeilijk in te schatten bochtjes kwamen we op een pleintje terecht. Het was precies een marktje vol kraampjes aan de zijkanten, overal hingen bordjes: "Vende-se ostras". Dit bleken de huisjes te zijn. Bij het uitstappen was ik in een groep verlegen zwarte kindjes terecht gekomen. Ze staarden me met hun vinger in hun mondje en met grote donkere oogjes wat verslagen aan. Precies of ze net allemaal een zonneslag hadden verloren. Ik zei goeiedag en stelde me voor maar kreeg amper reactie. Ze waren allemaal zo schattig! Ik haalde mijn camera boven en de kindjes hun glimlach. Allemaal wouden ze een foto! "Tira a minha foto!" "Tira a minha!!!!". Ze sleurden allemaal aan mijn nog niet lang genoege armpjes om hun gezichtje op het kleine schermpje te kunnen zien. Nog voor ze het gezien hadden begonnen ze al te schaterlachen en vroegen ze om een nieuwe. De hele dag heb ik foto's liggen trekken, voor mezelf en voor de Ongie. Ze stonden versteld dat ik 3 camera's bij me had. Behalve de foto's werd er ook nog hard gewerkt. 's Ochtends schuurden we de buizen voor de oesterbanken om ze daarna in elkaar te steken. Alle kindjes kwamen rond me zitten en wouden helpen. Sommige waren amper 3 jaar oud. 1 meisje werd door haar mama weggeroepen, ze was 2 en een half. Ze moest gewassen worden. De mama zette haar aan het kraantje buiten en gaf haar een emmer en een kopje. Het meisje had prachtige kop negerinnekrulletjes.  Daar stond het kleine meisje met het kopje, de mama was alweer naar binnen. Ze nam het kopje, vulde het met het water uit het emmertje en goot het moedig over haar rastabolleke. Haar snoetje trok samen en ik kon aan haar gespleten oogjes zien dat het water wat frisjes moet geweest zijn. Moedig vulde ze het kopje opnieuw, goot het over zich, en trok haar gezichtje weer samen en opnieuw en opnieuw tot ze voelde dat haar haar eindelijk doorweekt was. Wat een prachtig zicht. Er kwamen amper woordjes uit, maar ze waste zich al als een meisje van 6. Tegen de middag knorde mijn maag als een zwijntje op zoek naar een truffel. Ook al wist ik dat het weer rijst met bonen zou zijn. We gingen allemaal naar de bibliotheek. Daar hadden ze een tafel met stoelen gezet. Tegen de wand stonden enkele rekken vol ondergestofte boeken. Ik kreeg de indruk dat ze er al meer stof verzameld hadden dan literatuur. De chef van het dorpje zei dat de bibliotheek niet meer gebruikt werd. Ze hadden ook een schooltje daar, elke dag kwamen leraars met een gammel volkswagen transporter-busje aangetufd om er een paar uurtjes les te geven. De kindjes stonden allemaal verlekkerd door de raampjes te piepen toen wij begonnen eten. Het was zó lekker. Was het nu een ander soort bonen met een ander soort rijst, of gewoon het vele werk maar de feijoada het me nog nooit zo gesmaakt als toen. Uitgehongerd hield ik mijn plastieken bordje scheef om alle restjes nog binnen te krijgen. Daarna riep de schoonmoeder alle kindjes samen om hen om een bordje naar huis te sturen en terug te keren. Dat klusje was in een minuutje geklaard. Allemaal stonden ze netjes in de rij om een beetje rijst met bonen te krijgen. Sommigen hadden een volledige casserol meegebracht van thuis. Wat ook grappig was, de schoonmoeder had de dorpschef 50 Reais betaald voor het maken van de feijoada (eigenlijk was zijn vrouw de kokin maar goed). Hij had het briefje in zijn achterzak gestoken maar daar zat uiteraard een gat in en dus was het briefje kwijtgeraakt. BRASIIIIIL!
Na de middag speelde ik nog wat met de kindjes toen er een meisje van 12 uit de struikjes kwam met een kruiwagen vol oesters. Die was ze gaan vissen in het meer. Haar moeder was zwanger van het 5de kind maar was nog druk aan het helpen met het maken van nieuwe oesterbanken. Ik vroeg of ik mocht gaan kijken hoe ze de oesters ging kuisen en de moeder ging met me mee. Ze toonde hoe er kleine oesters op de grote groeien en hoe ze die met een groot mes van elkaar scheiden. Daarna leggen ze de kleintjes weer in  het water om nog wat omvang te vangen en later weer visvers op te vissen. De zwangere moeder vroeg of ik er eentje wou proeven. Uit vroegere (Belgische) ervaringen wist ik dat ik niet zot was van oesters aangezien ik de laatste keer het gevoel had de volledige zee te hebben ingeslikt, maar uit beleefdheid zei ik ja. Ze haalde een oestermes, zout, olie en een lemoen en greep er eentje uit de oesterberg. Vingervlug prepareerde ze de oester, ik haalde diep adem en kieperde hem netjes binnen. ENORM LEKKER! Ik kauwde hem soepel als een kauwgom en genoot van elk smaakje dat zich losmaakte uit het slijmerige snoepje. Daarna at ik er nog 2 zonder onaangename gevolgen... Het was een leerrijke dag geweest.
Gisteren heb ik mijn eerste les mogen geven. Ik geef hier nu Aardrijkskunde of hoe moet ik het zeggen... les over de wereld buiten Brazilië. Daar weten de kindjes echt bijna niets over. Eergisteren had ik tot laat in de avond gewerkt aan mijn wereldkaart waar enkel de 7 continenten op stonden en waar ik Brazilië ook op had aangeduid. Met de kindjes speelde ik een tikkerspelletje en wanneer ze aan de andere kant geraakten mochten ze hun stuk van de wereldpuzzel in het juiste continent plaatsen én zeggen welk continent dat dan was. Een groot succes. Ik leerde ze dat Brazilië een land is en geen continent, en dat Rio en São Paulo steden zijn en geen landen. Een wereld ging voor hen open. Daarna speelden we nog wat spelletjes en aanvaarde ik nog enkele trouwaanzoeken. De kleine Braziliaanse jongetjes weten al hoe met vrouwen om te gaan nog vóór er haar op hun... kinnebakje staat. Na de les had ik zoveel voldoening van mijn dag en mijn uren voorbereiding. Ze leren vlug die straatduiveltjes.
Vandaag, uitgerekend op de verjaardag van mijn padre, slecht nieuws gekregen. Tijdens mijn doorreis moet mijn visakaart gekopiëerd zijn geweest terwijl ik een betaling aan het doen was. De dienst fraudezaken met visa uit Brussel belde me vandaag om me te laten weten dat er €600 euro was afgehaald via mijn kaart in Amerika, terwijl ik hier in Brazilië zat. Ik verstond me er niet aan, mijn kaart zat veilig en wel in mijn portemonnee, ik had hem nooit met iemand achter een muurtje laten gaan tijdens een betaling, had mijn code altijd afgeschermd. De vriendelijke rampenman vertelde dat ik het nooit zou kunnen gemerkt hebben. Ze steken een chip in hun betalingssysteem die alles vastlegt wat er met je kaart gebeurt, zowel code als kaartnummer en gebruiken het later in een ander land. Het gestolen geld zou ik gelukkig allemaal terugkrijgen.  Hij gaf me 2 uur om geld af te halen in de bank en daarna mijn kaart door te knippen. Deze lieve meneer wist duidelijk niet dat je bankfunctionarissen niet zomaar mag storen tijdens hun patiencespel. Overweldigd en nerveus stapte ik de bank binnen. het was 11h50. Door het lichtsnelheid-snel fietsen (+ het poriënsop) stonden mijn handen besprenkeld met 5 blaren bij het aankomen in de bank. Ik vertelde een veiligheids-man (die waarschijnlijk de veiligheid van zijn halfgeknoopte veters moest inspecteren) dat ik dringend een werknemer moest spreken maar door een raampje tikte hij tegen een blad dat me wist te vertellen dat in de zomer de werknemers een uurtje vroeger stoppen met werken. De bank is dan maar open van 8h - 11h. Ik vertelde hem dat het een noodgeval was en dat ik niet veel tijd had om het klusje te klaren en dus ging hij iemand halen. Een uur en half lang heb ik geprobeerd om alles in orde te krijgen zonder succes. Niemand leek de ernst van de situatie te begrijpen. Ik belde een bevriende boekhouder, gaf hem door aan de banklieden en in 5 minuutjes hadden we een redelijke oplossing. Als je hier niemand kent zijn werkelijk alle poortjes gesloten. The key to the brasilian way of life, is the one you got from someone you know, who knows someone that knows someone... Na een bewogen dag vol papierwerk en kaartgeknip klaar voor meer avonturen. Voor de rest alles goed met mij trouwens.  Ik kijk al uit naar mijn volgende les met de kindjes...
Met Carnaval ga ik trouwens naar Recife, ongelooflijk hoe de mensen zich hier al aan 't voorbereiden zijn. Ik ben benieuwd...

Aan de mensen met koude handen: koude handen is warme liefde. Tot binnenkort!

maandag 6 februari 2012


Beginnen bij het belangrijkste vandaag. De carnavalsstoet was een masterpiece! Hij was wat in retard maar tell me something new hé! Ik moet eerlijk toegeven dat ik in mijn vorige blog wat gelogen heb (schaamrood op de wangetjes). O Zé had niet 1 kar gehuurd maar 3, en hij had niet een paar honderd t-shirtjes laten printen maar eerder een paar 1000. Kwestie van hier toch op z'n minst waarheidsgetrouwe journalistiek te publiceren.  Stel je voor dat 'k op een dag beroemd wordt en dan mijn broek scheur aan foute feitjes. Nuja, terug ter zake! Het was waarachtig een bacchanaal vol kabaal en zon gestraal. Met mijn sunblock gewapend op zak en mijn kodak in de aanslag was ik er klaar voor. Ik mocht samen met de andere vrijwilligers bovenop 1 van de trio's (vergis u niet, dit is de naam van een carnavalskar) staan. De plaatselijke tv was van de partij en Zézeco was alweer dé man van het bescheiden feestje. Vóór de 3 praalwagens reed een grote watertanker die de mensen vochtig hield. Jan en alleman deed mee. De straten voor en na de stoet waren verlaten. Geen mens die het in z'n kop kreeg om niet te komen meedoen, behalve misschien de slimmerds die hun winkeltje openhielden om het akelige geluid van drooggeschraapte keeltjes te voorkomen.
Samen met de andere vrijwilligers liet ik me bedwelmen door de sambadeuntjes. Zézeco liet op elke trio een grote doos verkleedmateriaal aanbrengen. Nu kon het feest volledig losbarsten. Carnaval had het Braziliaanse vlees weer zwak gemaakt. De mensen gingen maar al te graag ten onder aan de 7 zonden. Eigenlijk begint carnaval pas binnen een kleine 2 weken. Maar 5 dagen festa is niet genoeg voor de gemiddelde Braziliaan. Hoe meer oefensessies, hoe beter, want in het heetst van de strijd moeten alle registers kunnen opengaan, dan kunnen ze die maar beter wat olieën op voorhand. Ik heb hier al van verschillende mensen gehoord dat op carnaval alles mag. De regering deelt dan ook elk jaar miljoenen regenvestjes uit om te voorkomen dat het Braziliaanse tienerzaad wortel schiet. Nu kan he niet anders dan dat de maand november de maand is met het hoogste geboortecijfer, want zelfs de beste KW gaat niet eeuwig mee! Ik kijk alvast uit... mijn doppen!
Voor de rest heb ik nog zoveel onderwerpen aan te snijden maar ik weet niet waar eerst gesneden. Ik zie hier dagelijks zoveel dingen waarvan ik dacht dat ze al lang gefossiliseerd waren. In Barra rijden mensen nog met ezel en kar om zich te verplaatsen. Sommige zijn zelf de ezel en slepen hun zwaarbeladen kar achter zich aan. Mijn huisje heeft geen ramen, de afwasbak loopt uit in een emmer, mijn kleren moet ik wassen met een blok zeep. Maar dat is nog niets. Ik weet niet goed hoe ik het volgende moet aanbrengen, ik weet zeker dat er hier mensen van hun stoel zullen slieren. Er zijn hier dus nog tieners die... ... ... GEEN FACEBOOK HEBBEN!!! Jawel, ze bestaan nog en ze wonen hier in Barra de São Miguel! Shocking!
Vandaag wordt beslist welke les ik hier precies zal geven. Ik weet sowieso dat ik met ongeveer alle klassen zal proberen meehelpen maar ik sta te springen om zelf ook een les te mogen geven. Het hele PenseBrasil project is gebaseerd op een uitwisseling tussen mensen. De leerkrachten proberen hun leerlingen iets mee te geven en moeten intussen ook wat bijleren van hun ondergerichten. Ik hoop les te mogen geven over Europa. Ik heb intussen al gemerkt dat vele mensen hier mij beschouwen als een iemand die uit het journaal ontnsapt is. Als ik zeg dat ik van België kom zie ik velen hun ogen trekken en de lipjes tuiten. De blik zegt alles. "Das nu eens een land waar ik nog nooit van gehoord heb, alhoewel er misschien een voetbalploeg bestaat waarnaar dat land genoemd is." Wat ik hoop terug te krijgen van mijn leerlingen is wat meer Portugese taalbeheersing. Ik behelp mij hier vlotjes maar als de localen hier hun zegje doen dan blijft het toch dikwijls bij wat groentjes glimlachen. Ik weet zeker dat les geven aan kleinmannen mij deugd zal doen. Indien mijn Europa-plan geen gevolg vindt ga ik voor Franse les, alhoewel ik daar minder het nut van in zie maar er zijn in ieder geval wel enthousiastelingen voor te vinden.
Ik heb gisteren trouwens een pot nutella kunnen bemachtigen. M'n gemis van mijn familie/vrienden/vriendje/hond kan nu eindelijk wat compensatie vinden. Ik was zodanig content dat ik hem spontaan in mijn mandje gelegd had zonder naar het prijskaartje te loeren. Aan de kassa besefte ik hoe oneerlijk de wereld in mekaar kan zitten. € 5 voor een potje van 200g. They should be ashamed of themselves! Zo de arme weldoener straffen. De kassierster had trouwens geen kleingeld genoeg om mij terug te geven en dus gaf ze twee snoepjes in de plaats. Daarmee is dan alles geregeld. Brasiiiil! Gruyère kaas of brie is hier trouwens ook niet te vinden maar aan fruit kom je hier niets tekort. Het is hier nu alweer wat later en de muggen blijven maar aanpappen met mijn bloedvaten. Kzal hier dringend wat regels moeten stellen denk ik. Al dat zuiders gefriemel aan mijn benen.
Voor al wie een 11-stedentocht ziet aankomen, ik zit hier al aan 10 dus ge zult het rapper op mijn blog lezen dan in de Nederlanden vrees ik. Blijven volgen is dus de boodschap! Ik toonde trouwens overlaatst wat besneeuwde foto's aan een twintiger hier uit Barra. Hij vroeg me of het daar nu zomer of winter was. Ik zei: "zomer uiteraard!", waarop hij "Amai da zijn wel andere zomers dan hier precies, is da dan in de winter ook zo of warmer?". Zo'n antwoord had ik niet verwacht en dus heb ik hem maar snel uit zijn lijden verlost. Ik mag hier eigenlijk zo'n grapjes niet uithalen maar dat zal de gewoonte van in België zijn die komt piepen waarschijnlijk.
Bij het schrijven van deze laatste zin hoor ik hier Vaya Con Dios door de straten knallen. Dus ze kennen België toch!!! Ik heb hier ook al in een bar de volledige cd van Absynthe Minded gehoord en Alors on danse wordt hier ook gedanst. Dag en nacht speelt er hier overal superluide muziek door de straten. Precies een festivalweide. Allemaal leuk en zo, maar aangezien ik geen plafond heb zorgen de dakpannen boven mijn bed voor een extra goeie straatakkoestiek. Ik was gisteren al gaan kijken voor oordopjes maar dat hebben ze hier niet in de de apotheek. Vandaag ga ik dan maar naar een werkkledij-winkel. Daar zou ik ze moeten kunnen bemachtigen normaalgezien.

Vele groetjes aan iedereen en tot gauw!

Djannie

vrijdag 3 februari 2012


Dames en heren, goeienavond!
Net in mijn nieuwe stulpje gearriveerd. Ik begin mij hier al goed in te burgeren. Ik heb een bed, een wastafeltje, een wc en een koude douche. De rest zijn muren en een fijn ongeschilderd houten deurtje. Mijn kleren, documenten, diarreepillen, zeep en handdoekken liggen allemaal op een mini-houten plankje gestapeld.  Mijn slaapzakje kon ik nergens kwijt dus die ligt mooi uitgestreken over mijn bedrand. Geen zorgen mammie, ik heb een dak boven mijn hoofd. Letterlijk een dak, geen plafond. Ik kan de pannen tellen voor het slapengaan.
Ik was het gisteren al komen bezoek maar toen ik mijn zak uitpakte vandaag was het toch wat eng. In mijn trekkerszak zitten amper een paar kleren en wat spulletjes maar in mijn ietsiepietsie kamertje had ik geen plaats om alles te kunnen leggen. Een mens begint dan al eens na te denken... Meer dan mijn oogjes te rusten leggen moet ik hier gelukkig niet doen.
Voor de rest waren de laatste paar dagen heel erg aangenaam. Ik leerde de Ongie (NGO) kennen en de vele vrijwilligers die eraan meehelpen. Ik ga spontaan voor João of Maria wanneer ik er een paar tegenkom in de straat. Al die namen, ik kan ze echt niet onthouden. Eergisteren ben ik met André en Julinho richting Ongie gereden. André vertelde dat hij cobra's in huis hield. Hij ging ze vangen in het wild en probeerde ze dan wat te temmen door hen regelmatig eten te geven. Daar koopt hij dan kleine vogeltjes voor. Hij zei dat hij er een stuk of 4 in zijn huis/tuin hangen had. Sommige waren wel 2 meter. "Je moet ze gewoon het gevoel geven dat ze gewenst zijn", zei hij. "Maar dat zijn ze toch niet?", dacht ik, de rillingen liepen over mijn kleinste teentje. Op weg naar de Ongie reden we voorbij enkele van Maceió's favela's. Ik ben hier ondertussen te weten gekomen dat het verschil tussen de favela's en een krottenwijk is dat een favela gedomineerd wordt door drugstraffiek en drugsbarronnen. Ik had lang gedacht dat een favela gewoon een krottenstad binnen een andere stad was waar simpelweg veel drugs gebruikt wordt, maar dat is dus niet zo. Iedereen binnen een favela betaalt een tax om te mogen meewerken als drugstrafficant of dealer. Wie dat niet doet, hoort daar niet te wonen. De meeste favela's hebben straten, water en afgetapte elektriciteit maar er zijn er ook die dat niet hebben. Ik kwam overlaatst voorbij een favela waar mensen zelf de draden aan het verbinden waren, richting hun golfplaten barakskes, extreem gevaarlijk! Ik zie hier ook dikwijls verdwaasde kindjes. Niet altijd omdat ik blank ben. De crack kent hier beter de weg dan de taxichauffeurs. Crack is trouwens een hele vuile drug. Hij is dan ook uiterst goedkoop. Ze draaien er werkelijk vanalles in. Lijm, rubber, wiet... Alles wat maar een beetje verdoofd. Je kunt het evengoed uit het rioolputje schrapen.
De Ongie doet fantastisch werk. Het is moeilijk om kort uit te leggen wat ze precies doen. Barra de São Miguel telt 7000 inwoners. Een kleine stad dus. Ze hebben hier een basisschooltje en crèche, 2 apothekers, 1 bank en 1 postkantoor. Voor de rest wel wat kleine kledingwinkels en redelijk wat winkels met eetwaren. Het stadje bevindt zich op 35 km van Maceió en om het halfuur rijdt hier een bus heen en terug. In 2000 had Barra de São Miguel de laagste menselijke ontwikkelingsgraad van de hele staat. Pense Brasil bestaat hier nu 3 jaar. 3 jaar geleden deden de mensen hier niets buiten hun dagdagelijkse taken. Kinderen wisten niet wat het leven buiten het stadje was. Ze hadden nooit de kans gekregen om een muziekinstrumt te bespelen of om een sport te beoefenen. Ze hadden nooit leren schilderen/tekenen, naaien of waren in een bibliotheek geweest. Ze hadden nog nooit een dansles meegemaakt. Oudere mensen waren hier dikwijls slecht te been of volledig buiten conditie wegens gebrek aan beweging. Ze kwamen niet meer buiten de stad en hielden vast aan het weinige dat ze hadden. De mensen hadden hier nog nooit een kerstman gezien of een moederdag gevierd. Ze leefden van dag tot dag, zonder meer.
Nu ik hier ben, lopen de paarden en de kalfjes nog steeds op straat. De vissers gaan nog steeds met een draad + haakje in de zee gaan staan om een vis te vangen. De kinderen kijken nog steeds raar op als ze een blanke zoals mij zien lopen in hun stadje. Maar dankzij Pense Brasil krijgen ze nu wél de kans om een hobby te beoefenen. In het schooltje van de organisatie kunnen ze leren zwemmen, dansen, gitaar of drum spelen, boeken lezen, engelse of spaanse les volgen, circustechnieken uitproberen. De oudere obese vrouwtjes kunnen hier lichamelijke opvoeding of aquagym komen volgen. Ze kunnen er met de computer leren werken en kunnen op vrijdagavond naar de openluchtfilm komen kijken en gratis popcorn eten. Een wereld gaat open voor hen, en ook voor mij.
Het magische rond heel dit project is dat een 23 jarige miljonair uit São Paulo de eigenaar is van de hele NGO. Hij is hier 3 jaar geleden komen wonen in zijn buitenverblijf en heeft beslist om zijn geld goed te besteden. Hij kocht een bus waarin hij de mensen kon vervoeren om een daguitstapje te doen en organiseerde feestjes voor de hele stad. O Zezeco is hier God. Hij geeft letterlijk miljoenen uit aan zijn organisatie. De vrijwilligers mogen elke middag gaan eten op zijn kosten en worden vergoed voor hun verplaatsing met de auto. Hij organiseert moederdag- en kerstfeestjes waar hij 4000 cadeautjes (bv. tupperware doosjes of speelgoedautootjes) uitdeelt. Ik heb hem daarnet ontmoet toen we naar zijn huis gingen om iets af te geven. Een prachtige villa boven op de berg met zicht op de hele stad en de baai. Het leven daarboven is mooi. Hij zorgt ervoor dat het leven beneden de berg elke dag mooier wordt. Zijn vriendin geeft engelse les aan de volwassenen, als vrijwilliger. Hen hun ding zien doen is precies een sprookje dat werkelijkheid wordt.
Ik ben ondertussen weer aan het afkicken van darmflorapillen die ik sinds ik hier ben toegekomen moest slikken. Het is hier gevaarlijk zomaar iets in een sandwichbar te kopen. Je hangt er meteen aan bij de minste onoplettendheid. Stront aan de knikker inderdaad!
Genoeg details, ik wil mijn fans houden. Nu jullie weten hoe het hier wat in elkaar steekt kan ik mijn volgende blogs weer wat vrolijker maken. Morgen heeft O Zé hier een feestje gepland. Hij heeft een Carnavalskar gehuurd en t-shirtjes met zijn kop op laten maken. Een paar honderden, allemaal uitgedeeld hier in 't stadje. Morgen zal hier overal al Carnaval gevierd worden met de vrienden van Zé, de hele stad dus. Hij heeft alles werkelijk tot in de puntjes verzorgd. Ik heb de liters bier al in zijn garage zien staan. Ik zorg binnenkort voor de nodige foto's en uitleg. Zal er dan ook wat van mijn nederig onderdakje (goeie woordkeuze) trekken. Nu eerst naar de Ongie lopen om dit te kunnen uploaden, want Djannie's casa heeft geen internet helaas.
Aan alle ondergesneeuwden. Laat jullie verwarmen door mijn vertederende verhaaltjes. Ik denk aan jullie en smeer mij nog eens in. 't Was hier weer bloedheet vandaag :)

Até logo meninos!

Djannie!