vrijdag 10 februari 2012


Dag beste kijk- en luisteraars,
Alles goed met jullie? Hier alweer 't ander en ook het één meegemaakt. Ga maar zitten in je stoeltje, en maak het je gemakkelijk. Het zal hier nog gezellig worden. Erewoord.
Waar was ik gebleven? De tijd gaat hier zo snel. Dagelijks volg ik hier lessen samen met de kindjes. Soms interessant, soms shockerend. De kinderen hier kennen Barra zeer goed, en daar blijft het meestal ook bij.  Woensdag was ik meegeweest naar een bedoening in een dorpje hier een tiental kilometer verderop. De schoonmoeder van Zézeco had me meegelokt met het zinnetje: "En over de middag eten we dan rijst met bonen". Ok, dat is gelogen, dat was eerder de reden waarom ik even getwijfeld heb om mee te gaan. Het ging om een dorpje, genaamd Palateia, vol oesterboeren (ostracultores). Het dorpje lag niet aan de zee maar wel aan een meer met zout water. Zo zijn er hier wel meer :) . Alagoas (de naam van de staat) verwijst dan ook naar de vele lagoas (meren) die ze bezit. Zézeco's schone moeder had me de situatie een beetje uitgelegd vooraleer we er heen gingen. Het dorpje ligt erg afgelegen en is nog véél armer dan de Barra. Ze hebben er ondertussen wel water en elektriciteit maar wanneer je het dorpje binnenrijdt begrijp je dat dat niet op kan tegen de luxe die wij gewoon zijn, zelfs in de Barra. Begrijp me niet verkeerd, de mensen daar zijn erg gelukkig. Ze hebben niet het gevoel dat ze iets moeten missen, ook al lijkt dat voor ons wel zo. Het plan van de dag was om oesterbanken in elkaar te knutselen, zodat ze meer konden produceren. De organisatie die zich met die boeren bezig houdt is een organisatie die gesteund wordt door Pense Brasil, oftewel, die geld krijgt van Zézeco. Al het materiaal voor de oesterbanken werd dan ook betaald door hem. De rest van hun objectieven is om de signalisatie naar het dorpje op poten te zetten zodat meer mensen de weg ernaar toe vinden om hun lekkernijen te kunnen kopen, én om de communicatie tussen het dorpje en de buitenwereld beter te maken. Na de uitleg was ik klaar om aan de dag te beginnen dacht ik, we reden steeds verder van de bewoonde wereld weg, richting bomen, struiken, bebost gebied en zandweggetjes. Na een paar moeilijk in te schatten bochtjes kwamen we op een pleintje terecht. Het was precies een marktje vol kraampjes aan de zijkanten, overal hingen bordjes: "Vende-se ostras". Dit bleken de huisjes te zijn. Bij het uitstappen was ik in een groep verlegen zwarte kindjes terecht gekomen. Ze staarden me met hun vinger in hun mondje en met grote donkere oogjes wat verslagen aan. Precies of ze net allemaal een zonneslag hadden verloren. Ik zei goeiedag en stelde me voor maar kreeg amper reactie. Ze waren allemaal zo schattig! Ik haalde mijn camera boven en de kindjes hun glimlach. Allemaal wouden ze een foto! "Tira a minha foto!" "Tira a minha!!!!". Ze sleurden allemaal aan mijn nog niet lang genoege armpjes om hun gezichtje op het kleine schermpje te kunnen zien. Nog voor ze het gezien hadden begonnen ze al te schaterlachen en vroegen ze om een nieuwe. De hele dag heb ik foto's liggen trekken, voor mezelf en voor de Ongie. Ze stonden versteld dat ik 3 camera's bij me had. Behalve de foto's werd er ook nog hard gewerkt. 's Ochtends schuurden we de buizen voor de oesterbanken om ze daarna in elkaar te steken. Alle kindjes kwamen rond me zitten en wouden helpen. Sommige waren amper 3 jaar oud. 1 meisje werd door haar mama weggeroepen, ze was 2 en een half. Ze moest gewassen worden. De mama zette haar aan het kraantje buiten en gaf haar een emmer en een kopje. Het meisje had prachtige kop negerinnekrulletjes.  Daar stond het kleine meisje met het kopje, de mama was alweer naar binnen. Ze nam het kopje, vulde het met het water uit het emmertje en goot het moedig over haar rastabolleke. Haar snoetje trok samen en ik kon aan haar gespleten oogjes zien dat het water wat frisjes moet geweest zijn. Moedig vulde ze het kopje opnieuw, goot het over zich, en trok haar gezichtje weer samen en opnieuw en opnieuw tot ze voelde dat haar haar eindelijk doorweekt was. Wat een prachtig zicht. Er kwamen amper woordjes uit, maar ze waste zich al als een meisje van 6. Tegen de middag knorde mijn maag als een zwijntje op zoek naar een truffel. Ook al wist ik dat het weer rijst met bonen zou zijn. We gingen allemaal naar de bibliotheek. Daar hadden ze een tafel met stoelen gezet. Tegen de wand stonden enkele rekken vol ondergestofte boeken. Ik kreeg de indruk dat ze er al meer stof verzameld hadden dan literatuur. De chef van het dorpje zei dat de bibliotheek niet meer gebruikt werd. Ze hadden ook een schooltje daar, elke dag kwamen leraars met een gammel volkswagen transporter-busje aangetufd om er een paar uurtjes les te geven. De kindjes stonden allemaal verlekkerd door de raampjes te piepen toen wij begonnen eten. Het was zó lekker. Was het nu een ander soort bonen met een ander soort rijst, of gewoon het vele werk maar de feijoada het me nog nooit zo gesmaakt als toen. Uitgehongerd hield ik mijn plastieken bordje scheef om alle restjes nog binnen te krijgen. Daarna riep de schoonmoeder alle kindjes samen om hen om een bordje naar huis te sturen en terug te keren. Dat klusje was in een minuutje geklaard. Allemaal stonden ze netjes in de rij om een beetje rijst met bonen te krijgen. Sommigen hadden een volledige casserol meegebracht van thuis. Wat ook grappig was, de schoonmoeder had de dorpschef 50 Reais betaald voor het maken van de feijoada (eigenlijk was zijn vrouw de kokin maar goed). Hij had het briefje in zijn achterzak gestoken maar daar zat uiteraard een gat in en dus was het briefje kwijtgeraakt. BRASIIIIIL!
Na de middag speelde ik nog wat met de kindjes toen er een meisje van 12 uit de struikjes kwam met een kruiwagen vol oesters. Die was ze gaan vissen in het meer. Haar moeder was zwanger van het 5de kind maar was nog druk aan het helpen met het maken van nieuwe oesterbanken. Ik vroeg of ik mocht gaan kijken hoe ze de oesters ging kuisen en de moeder ging met me mee. Ze toonde hoe er kleine oesters op de grote groeien en hoe ze die met een groot mes van elkaar scheiden. Daarna leggen ze de kleintjes weer in  het water om nog wat omvang te vangen en later weer visvers op te vissen. De zwangere moeder vroeg of ik er eentje wou proeven. Uit vroegere (Belgische) ervaringen wist ik dat ik niet zot was van oesters aangezien ik de laatste keer het gevoel had de volledige zee te hebben ingeslikt, maar uit beleefdheid zei ik ja. Ze haalde een oestermes, zout, olie en een lemoen en greep er eentje uit de oesterberg. Vingervlug prepareerde ze de oester, ik haalde diep adem en kieperde hem netjes binnen. ENORM LEKKER! Ik kauwde hem soepel als een kauwgom en genoot van elk smaakje dat zich losmaakte uit het slijmerige snoepje. Daarna at ik er nog 2 zonder onaangename gevolgen... Het was een leerrijke dag geweest.
Gisteren heb ik mijn eerste les mogen geven. Ik geef hier nu Aardrijkskunde of hoe moet ik het zeggen... les over de wereld buiten Brazilië. Daar weten de kindjes echt bijna niets over. Eergisteren had ik tot laat in de avond gewerkt aan mijn wereldkaart waar enkel de 7 continenten op stonden en waar ik Brazilië ook op had aangeduid. Met de kindjes speelde ik een tikkerspelletje en wanneer ze aan de andere kant geraakten mochten ze hun stuk van de wereldpuzzel in het juiste continent plaatsen én zeggen welk continent dat dan was. Een groot succes. Ik leerde ze dat Brazilië een land is en geen continent, en dat Rio en São Paulo steden zijn en geen landen. Een wereld ging voor hen open. Daarna speelden we nog wat spelletjes en aanvaarde ik nog enkele trouwaanzoeken. De kleine Braziliaanse jongetjes weten al hoe met vrouwen om te gaan nog vóór er haar op hun... kinnebakje staat. Na de les had ik zoveel voldoening van mijn dag en mijn uren voorbereiding. Ze leren vlug die straatduiveltjes.
Vandaag, uitgerekend op de verjaardag van mijn padre, slecht nieuws gekregen. Tijdens mijn doorreis moet mijn visakaart gekopiëerd zijn geweest terwijl ik een betaling aan het doen was. De dienst fraudezaken met visa uit Brussel belde me vandaag om me te laten weten dat er €600 euro was afgehaald via mijn kaart in Amerika, terwijl ik hier in Brazilië zat. Ik verstond me er niet aan, mijn kaart zat veilig en wel in mijn portemonnee, ik had hem nooit met iemand achter een muurtje laten gaan tijdens een betaling, had mijn code altijd afgeschermd. De vriendelijke rampenman vertelde dat ik het nooit zou kunnen gemerkt hebben. Ze steken een chip in hun betalingssysteem die alles vastlegt wat er met je kaart gebeurt, zowel code als kaartnummer en gebruiken het later in een ander land. Het gestolen geld zou ik gelukkig allemaal terugkrijgen.  Hij gaf me 2 uur om geld af te halen in de bank en daarna mijn kaart door te knippen. Deze lieve meneer wist duidelijk niet dat je bankfunctionarissen niet zomaar mag storen tijdens hun patiencespel. Overweldigd en nerveus stapte ik de bank binnen. het was 11h50. Door het lichtsnelheid-snel fietsen (+ het poriënsop) stonden mijn handen besprenkeld met 5 blaren bij het aankomen in de bank. Ik vertelde een veiligheids-man (die waarschijnlijk de veiligheid van zijn halfgeknoopte veters moest inspecteren) dat ik dringend een werknemer moest spreken maar door een raampje tikte hij tegen een blad dat me wist te vertellen dat in de zomer de werknemers een uurtje vroeger stoppen met werken. De bank is dan maar open van 8h - 11h. Ik vertelde hem dat het een noodgeval was en dat ik niet veel tijd had om het klusje te klaren en dus ging hij iemand halen. Een uur en half lang heb ik geprobeerd om alles in orde te krijgen zonder succes. Niemand leek de ernst van de situatie te begrijpen. Ik belde een bevriende boekhouder, gaf hem door aan de banklieden en in 5 minuutjes hadden we een redelijke oplossing. Als je hier niemand kent zijn werkelijk alle poortjes gesloten. The key to the brasilian way of life, is the one you got from someone you know, who knows someone that knows someone... Na een bewogen dag vol papierwerk en kaartgeknip klaar voor meer avonturen. Voor de rest alles goed met mij trouwens.  Ik kijk al uit naar mijn volgende les met de kindjes...
Met Carnaval ga ik trouwens naar Recife, ongelooflijk hoe de mensen zich hier al aan 't voorbereiden zijn. Ik ben benieuwd...

Aan de mensen met koude handen: koude handen is warme liefde. Tot binnenkort!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten